Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 50

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 50

Aflevering  50 – waarin Ollie doordraait

Mijn etage aan de Weteringschans was voor mijn gevoel tien meter breed en 80 meter lang. Het zal in werkelijkheid iets kleiner geweest zijn, maar het was enorm. De voor de deur geparkeerde XS650 was al snel gestolen, zodat er nu ergens iemand op een motorfiets rondreed met twee verschillende helften en met een eigenaardige dubbele deuk in de tank. Die was veroorzaakt doordat ik soepeltjes in een bocht met wat zand van de weg was geraakt, maar door krampachtige vasthoudendheid niet gevallen was. Ik daverde een talud af en ramde een set heesters. Dat leverde een ontzagwekkende vertraging op met 8 g, hetgeen in dit geval óók betekende dat ik acht keer het opperwezen aanriep en verdoemde. Het effect van in tien meter afgeremd worden van zeg eens 80 kilometer per uur naar stilstand, was niet direct duidelijk, maar korte tijd later ontwaarde ik een gevoel in de pantalon dat me aan de virtuele weduwen van de Bijlmer deed terugdenken. De praktijk was bruter; ik had met mijn noten een dubbele deuk in de tank gemaakt. En week later bezat ik nog het van de reclame in de jaren ‘40 zo bekende ‘zakje blauw’ en niet van Reckitt’s, maar van mezelf. Een vriendinnetje vroeg bij het aanschouwen van het niet alleen blauwe, maar ook nog pijnlijk kloppende apparaat of ik van adel was. Tja, leg het maar eens uit.

 

In de dus enorme woonruimte die ik in het hartje van Amsterdam bewoonde, zorgden wat zelf getimmerde erfscheidingen voor de verschillen tussen woon- en slaapgedeelte. Het bed was een enorme matras in een soort scheepshut, zodat je je tegen vier wanden kon schrapzetten. En we hadden dan wel aanzienlijk minder aanloop dan op de Marnixstraat, het kaliber van wat op de bel drukte, was indrukwekkend. Soms wilden ze iets weten, soms wilden ze werk, soms wilden ze iets verkopen. De laatste categorie was vogelvrij, dat spreekt. Zo kreeg een Ierse chick die huis-aan-huis abonnementen op obscure tijdschriften poogde te slijten in één lange nacht de volledige 3-jarige beroepsopleiding die de meiskes van pleizier in het belendende viezerikenhuis naar eigen zeggen gevolgd hadden. Ik was ook de gierigste niet en tekende dus voor een handvol abonnementen. Jean kreeg jaren later nog facturen voor een levenslange verbintenis met titels als Indigestion Weekly en Hund & Meister.

Maar er begon zich ook een wat vastere relatie te vormen, met Marlène, een Dinky Toy-uitvoering van de echte Dietrich. Ze was even zwoel als de naamgeefster, maar sprak beter Nederlands. Ook haar gebaren waren doelgerichter, hetgeen veel tijd en frustratie bespaarde. Het mooie aan Marlène Jr. waren haar afkeer van vaste relaties en haar oprechte nieuwsgierigheid als het erom ging te ontdekken wat twee mensen elkaar lichamelijk allemaal konden aandoen. Ze experimenteerde meer dan bij de studie natuurkunde gebruikelijk. En bij experimenten horen weinig successen en veel tegenslagen. Wippen op een schommel bleek een hoogtepunt, al had er een ramp kunnen gebeuren toen de keilbouten uit het plafond schoten.  Maar de keer dat ze mijn stekker en haar stopcontact vooraf insmeerde met een zalfje dat hoofdzakelijk uit gemalen rode pepers bleek te bestaat, leverde het bijzondere schouwspel op van een dame die op haar handen onder de douche stond en een heer die het enige lichaamsdeel met variabele lengte in de vriezer poogde te duwen.

O ja: Marlène was gek op motorfietsen en betreurde diefstal van de XS dan ook zeer. Ze vond dus dat er snel iets nieuws met een motor moest komen. Maar ik was net begonnen met autorijlessen omdat De Zes echt te groot was geworden om alle zakenreizen op de tweewieler te kunnen doen. Marlène zou het motorloze tijdperk nog net meemaken. Ze vond het helemaal niks en ze had gelijk. Peperzalfjes en motorfietsen horen bij elkaar. Bij een auto wordt het al gauw halvanaise of andere futloze bagger.