Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 48

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 48

Aflevering  48 – waarin Engeland het motorparadijs blijkt te zijn

Het meerijden van de klassieke Engelse trials zou jarenlang voor klamme dromen en steigerende nachtmerries zorgen. Drie keer per jaar frommelde ik de XT in een busje, stak de zee over en werd ondergedompeld in wat ik alleen maar kan beschrijven als een warm oliebad. Die idiote politiemannen, de ontoerekeningsvatbare Graveyard, de geridiculiseerde Hobson plus de circusachtige stoet vrouwen die de kliek omringde... het was alsof je verdwaalde in een obscure film...
Elke trial eindigde in een smoezelig hotel in een uithoek van het land. Daar werden de bemodderde, vermoeide rijders als helden verwelkomd. Voor een opfrisbeurt wachtte in elke herberg de legendarische Power Shower die heet water extra kracht schijnt te geven, maar die in de ogen van de Nederlandse boilerbezitter slechts voor iets zorgde dat aanvoelde alsof een baby over je hoofd zeek. Bovendien mixte het helse apparaat zo nu en dan water met elektriciteit zodat je niet erg schoon, maar wel zonder lichaamshaar en narokend verder mocht met het leven.

Karel spreekt weer: En het rare is dat de bezoekers van de Ollie Peilkens-sessie het boek meekrijgen, waar het verhaal t/m hoofdstuk 52 al in staat... Overigens heb ik twee lekkere wijven geregeld die OP-hapjes komen serveren.
Dus; ZORG DAT JE ER MORGEN BIJ BENT TIJDENS DE OLLIE PEILKENS DAG!

In elk hotel wachtte een reeks koddige dames op de heren van mijn team. Skipmins deed het met een vrouw die hem als baby ter wereld had gebracht, twintig jaar ouder was en door hem werd aangeduid als Big Dot. “And when I say big I mean BIG!”, voegde hij daar aan toe. Jones vleide zijn grote lijf neer op een dove lerares handenarbeid die altijd breiend op hem zat te wachten. Hobsons grote liefde was een hevig bebrilde juffrouw die de PR voor een sigarettenmerk verzorgde en een slofje rokertjes per dag via haar longen de hemel in hielp. Ze hoestte bij het uitvoeren van haar erotische taken zo luid, dat zelfde de dove vriendin van Jones de gang op kwam om te kijken wat er loos was. En Graveyard regelde altijd een lokale hulpverloofde die hij met zijn onmiskenbare charme in een minuut of tien van volslagen onbekend transformeerde in uiterst gewillig. Ik was hier op vreemd terrein, zo merkte ik al rap. Als ik in het hotel iets lolligs op me wilde laten wachten, kon ik bij het bejaardenhuis aankloppen, maar slimmer was het om tijdelijk een troostmeisje te importeren. En dus nam ik steeds vaker een meisje mee dat ook weleens wilde zien hoe leuk het er bij een Classic Reliability Trial aan toe ging. In de vrije vertaling van die drie woorden, kwam het erop neer dat ze voor klassieke diensten beschikbaar moest zijn, dat er van betrouwbaarheid geen sprake kon zijn en dat het strafproces elk ogenblik kon beginnen.

Maar mensenlief, wat konden die mannen rijden! Skipmins won regelmatig races op klassieke motorfietsen, waarbij hij opviel door als een echte politieman kaarsrecht op zijn racer te zitten: niks knietjes naar buiten in de bocht. Hij had ooit een man op een gestolen crosser achterhaald, door keurig staand op zijn Norton Commando met wegbanden de man crossend over een akker en een zandpad in te halen en al rijdend een hand op zijn schouder te leggen. Skipmins had wel een nare gewoonte: als hij vernam dat iemand zich op een motorrijwiel doodgereden had (en dat hoorde hij als eerste), ging hij ogenblikkelijk naar de nabestaanden om een bod op het wrak te doen. Dat ging dan naar een bevriende sleutelaar en werd opgeknapt of geplunderd. Het zorgde voor een fijne bijverdienste. Maar hij had ook mooie gewoonten, zoals het dragen van een smoking onder zijn motorpak tijdens die trials. Als hij onderweg de pub in ging om een biertje te drinken, deed hij buiten zijn Belstaff-plunje uit en wandelde goed gesoigneerd naar binnen. Hij was in het bezit van een extreem lange onderdaan die hij graag en veel uit de broek toverde. Toen ik eens met hem meeging naar zijn sleutelvriend, zat deze kale man op zijn knieën iets te demonteren. Skipmins ging achter hem staan, toverde zijn apparaat te voorschijn en sloeg de man er krachtig mee op het schedeldak. Het slachtoffer veegde slecht geïrriteerd over zijn bol en toen hij omkeek had Skipmins de broek alweer gesloten. Het ging zo snel dat ik niet zeker wist of ik het goed gezien had. Later zei Jones dat het wel kon kloppen: zijn vriend had er ook wel eens een balletje mee geslagen.