Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 47

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 47

Aflevering  47 – waarin Engeland bereden wordt

In Marrakech had ik de hand geschud van de Engelsman Allan Hobson, die net directeur geworden was van de Yamaha-importeur in het malafide koninkrijk overzee. Een maand later hadden ze hem er alweer uitgelazerd omdat hij zijn eigen PR-bedrijfje had ingehuurd om voor een zak ponden wat persberichten te maken (die Allan in de avonduren zelf schreef) en ook omdat hij binnen twee weken zowel zijn eigen secretaresse als die van zijn Japanse opzichter op het bureau had gelegd voor wat Angelsaksische spelletjes zoals het daar immens populaire ‘ringsteken zonder paarden’. Goede man dus. Allan bleek in zijn vrije tijd politieman te zijn, een infantiele optie die we in Nederland in die tijd ook kenden. Maar hij was óók een veelgevraagd speaker bij motorraces, columnist over motorzaken in een dagblad én frequent deelnemer aan wat met een goed gevoel voor curiosa Classic Reliability Trials wordt genoemd.

Nagekomen bericht van Karel over de Ollie Peilkens dag volgend weekend: "De catering is geregeld, met speciale motorhapjes..."


Ik had geen idee wat dat was, maar Hobson nodigde mij uit voor een gastoptreden in de Edinburgh Trial die uiteraard in centraal Engeland verreden wordt. Mooi klusje voor de XT, meende ik. Fijn stukje voor De Harde Heraut ook, dacht ik.
Ik werd na aankomst in Engeland zonder veel plichtplegingen ingehuldigd als gastrijder voor het team van Scotland Yard, moest op een circuit laten zien dat ik goed kon rijden tussen, achter, naast en voor de andere heren en kreeg onderricht in de geheimen van deze mild excentrieke tak van motorsport. Het kwam erop neer dat je tussen de 12 en 24 uur op de motorfiets (of op de scooter dan wel in de – antieke - auto) moest zitten, via een boekje met aanwijzingen zelf de weg moest zien te vinden naar tussen de 10 en 20 non-stops. Daar moest je laten zien dat je kon trialen, dus niks voetje zetten en trappen: balanceren, Dutchman! Die non-stops waren soms kilometers lang, door rivierbeddingen, over zeiknatte grashellingen en meer van dat lolligs. De wedstrijden gingen meestal in de vooravond van start, zodat je de meeste non-stops in het duister mocht afwerken. Typisch Peilkens: ik meende dus dat niemand kon zien of ik nu wel of geen molière op de grond zou rammen. De nacht was goed voor 0 strafpunten, nietwaar? Niet waar, want Engelsen vinden vertrouwen een groot goed, maar controle nog beter. En dus bleek al bij de eerste non-stop dat er elke honderd meter een bejaarde in een doos zat, gewapend met zaklantaarn, pen en papier. De hele godverlaten rit scheen er een lampje op mijn voeten. Desalniettemin bleek het vertrouwen wel de basis voor de prijsuitreiking: wie claimde 0 strafpunten gescoord te hebben, kreeg de beker meteen mee. Als maanden later – na het tellen van al die door de bejaarden met zaklantaarns ingevulde scorekaarten - bleek dat je de boel besodemieterd had, werd je voor het leven geschorst. En hier met die beker, you cunt!

Het Scotland Yard gezelschap bestond uit de grootste viespeuken die ik tot die tijd ooit had ontmoet, mijzelf meegerekend. De inspecteurs Skipmins en Jones waren beiden twee meter lang, buitengewoon sterk en altijd goed voor een top-5 plaats bij deze zotte ritten. Hobson was dan wel geen Scotland Yard-man (hij werd vanwege zijn betrokkenheid bij de vrijwillige politie door de inspecteurs volkomen belachelijk gemaakt), maar een even grote glijer. En dan was er nog een ex-commando met de ridicule naam Graveyard die een volgbusje bestuurde. Toen we na de eerste uren vlakbij de eerste non-stop gekomen waren, stuurde Skipmins de ploeg een bosweg in. Na een paar honderd meter ontwaarde ik een politiebus. Daaruit kwamen drie in tijgervellen gehulde snollen die achterin een keteltje soep warm hadden gehouden. “Dat doen we bij elke trial”, legde Jones desgevraagd uit. “We pakken er een paar op en geven ze de keus: een week de bak in of ’s nachts soep serveren. Nou, de meesten gaan voor de soep!” Ik zag dat Skipmins zijn Belstaff-broek geopend had en een van de meisjes iets heel anders liet doen dan een warme drank serveren. Jones haalde zijn schouders op. “Hij wordt altijd horny van motorrijden”, was de verklaring. Het was slechts een voorschot op wat ik bij de volgende trials zou beleven.