Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 42

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 42

Aflevering 42 – waarin een nieuw kantoor betrokken wordt

Die hele ongein in de Bijlmer begon na een tijdje wel voor schrikbarende irritatie te zorgen, godsamme nog an toe! Het niveau van de bewoners was al bedrukkend, maar aanvankelijk compenseerden ze een laag IQ met een hoge mate van bereidwilligheid, de dames dan toch. Maar er kwamen steeds meer brave stelletjes wonen die abusievelijk meenden dat ze bij elkaar hoorden. Omdat ze dat echt geloofden, kreeg de oprechte kruiskezer er geen piemeltje meer in. De collectieve ruimten werden van viezerikenpleintjes omgevormd tot punniksalons en kinderbewaarplekjes. Er werd minder gedronken, minder geblowd en de criminele huismeesters werden vervangen door christenbroeders met een verheven opdracht. Kortom, het werd netjes en daar moet een echte Ollie Peilkens niets van hebben!
Karel_Hubert
Er werd dus gezocht naar een alternatief, zompig en uitdagend onderkomen, waar we dan ook meteen het kantoor van De Zes konden vestigen. Het lot wees ons op een minuscuul winkelpandje aan de Marnixstraat, een allee die – zo ging het verhaal – zijn naam had gekregen toen de toenmalige burgemeester de eerste bouwplannen zag en zuchtte dat hij het maar niks vond. Het pandje had een ingang en etalage aan de straatzijde. Als je binnenstapte kwam je in een kleine kamer met links een trapje naar boven en rechts een trapje naar beneden. Die twee boven elkaar gelegen kamers keken uit op het troebele water van de gracht. Het was een dusdanig onlogisch en ongeschikt geheel dat we meteen het huurcontract tekenden. Ik ging er wonen, Jean en ik gingen er werken. De volgende dag hing er al een groot plakkaat in de etalage waarmee passerende meiskes werden geïnviteerd hun lichamelijke en geestelijke klasse te tonen. Binnen zonder kloppen, was de aftiteling en er klopte inderdaad geen hol van. Maar ze kwamen, luisterden ademloos naar de woorden van de grote leiders van het reclamebureau van Yamaha, bleven niet zelden eten in het aangrenzende etablissement (dat De Gelaghkamer heette, en gelachen werd er!) en mochten bijslapen in het reusachtige bed dat ik een lokale timmerkees in de benedenruimte had laten maken. Er kon een olifant op stampen zonder enig risico op breuk, want de timmeraar had mijn verzoek om een onwrikbare bedstede te construeren letterlijk genomen en het geheel opgetrokken uit vijfduims eiken balken. Het zat met reusachtige keilbouten ook nog tamelijk stevig vast aan de muur. En het staat er nog: het huis is afgebroken, maar het bed kregen ze niet van zijn plek.

Overdag werd er gewerkt, aan het einde van de middag werd de belendende kroeg door middel van een twintig meter lang verlengsnoer tot kantoor omgetoverd. Wie belde had geen idee waar we zaten, wie langskwam hoefde alleen het snoer te volgen om ons te vinden. Fuck mobiele telefonie en navigatiesystemen! De combinatie van een populaire kroeg, een achter de bar wel succesvolle bajesklant, een reclamebureau en een als arena vermomd bed bleek onweerstaanbaar. Een fraaie colonne hupse dames van allerlei maten, kleuren, leeftijden en burgerlijke staten trok in de loop der jaren van kroeg naar kantoor en – voor het ontbijt – weer terug naar de kroeg die speciaal openging om de dames en De Zes goed gevoed aan de dag te laten beginnen.

Heb ik al verteld dat we een etalage hadden? Mooi: we hadden een etalage, waarin een soort bak was gehangen zodat niet elke piemelaar ons kon zien terwijl we aan het werk waren of erger deden. In die bak hingen oproepen en verklaringen, zodat menige passant hoofdschuddend en aan het kruis friemelend stilstond om te lezen. Dat van dat  hoofd gokten we, want we zagen alleen het kruis, een permanente inspiratie voor een nieuwe reclamecampagne. Onderin de etalage had ik steentjes van zwart graniet gestrooid, waardoor de totale etalage iets weg had van een horizontaal geshowde lijkkist met grafbestrooiing eronder. Het kunstwerk was net gereed toen de eerste ontnuchtering kwam. Een oudere heer betrad ons kantoor, ging aan het enorme, door de timmerpiet gemaakte bureau zitten en bestelde een mud antraciet. Ach ja, de glamour van de reclame.