Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 40

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 40

Aflevering 40 – waarin De Zes uitgroeit tot Die Twee

Je kunt wel met een paar goede zielen een reclamebureau beginnen, je hebt behalve goede wil nog een vitaal element nodig: klanten. Het was voor de vijf die samen De Zes vormden allemaal niet zo simpel, mede omdat existentiële angsten drie van de vijf al snel in de greep kregen. Mij natuurlijk niet, want ik had geen idee van de zin van het leven. Desgevraagd kon ik maar drie bezigheden noemen die het bestaan konden kleuren: rijden, duwen en slempen, niet voor niets allemaal werkwoorden. Ook de tegenover mij gesitueerde Jean leed niet aan toekomstvrees. De ex-priesterstudent was na een solide verblijf in de armee neergestreken in een zusterhuis en had daar vaker raak geschoten dan tijdens de dienstplicht, met als monumentaal gevolg een huwelijk en een eerste kind.

Via de boekhoudafdeling van de Amerikaanse criminele uitgeverij was hij in rang bevorderd tot tekstschrijver en zo ontmoette ik hem. We hadden niets gemeen, maar de verschillen waren ook niet goed zichtbaar. En de stap in het duister sprak hem op vermoedelijk mystieke gronden aan. Drie haakten er af, twee gingen er verder met De Zes. En de Zes kreeg een klant en geen kleine ook!

Het zat vreemd in elkaar. Ik had het niet naar mijn zin bij de makers van LezersLiefde en werd daar na een kloeke ruzie zo ziek van dat ik onverwijld per motorrijwiel (de Moto Guzzi Falcone, jawel!) naar Lourdes moest om beterschap af te smeken. Nou ja, het werd het Italiaanse Idro-meer, met een zonovergoten strand en hupse dingen in bikini, maar goed, geneeskrachtig was het alleszins.

Ik hield telefonisch vanaf het kuuroord contact met Jean die mij op vaste tijden en op variabele kosten van LezersLiefde belde. Zo belden we een strategie bij elkaar die erop neerkwam dat we de nieuw met De Harde Heraut in motorland verworven faam zouden pogen om te zetten in opdrachten van motorimporteurs. Toen ik na vijf weken in Nederland terugkeerde, waren diverse ideetjes door mijn oude schildervriend Jan uitgewerkt tot advertentieschetsen. Voor Benelli was er de geniale Ik Ben Ellie-campagne. Voor Moto Guzzi de filosofische benadering met ‘duurde alles maar langer’, voor Laverda de insteek ‘je hoeft geen Italiaan te zijn om Laverda te rijden, maar het helpt wel’, voor Kawasaki de pikante ‘Zeker van Zijn Saki”-insteek en ga zo maar verder. Voor Yamaha-importeur Het Motorkasteel (slogan “Het kost niet duur, maar je krijgt wel veel!”) was een nauwelijks verholen kritiek op de aanpak van de files verkozen, met “Wel eens een Yamaha in de file bij Ouderijn zien staan?”

Een week later had Het Motorkasteel het gehele Yamaha-budget aan de Zes toevertrouwd. We waren in business! Dat moest natuurlijk kloek gevierd worden en een bij Mr. Klagenmaar ter gelegenheid van zijn verjaardag georganiseerde party bood daartoe een goedkope optie. De goede man had inmiddels een Surinaamse vriendin en had er een enorme vriendenkring gratis bij gekregen. De flat zat helemaal vol en in de keuken pruttelde een geweldige pan penssoep. Jean, Jan en ik sloten de keukendeur, waterden om de beurt in de pan, sloegen er schuim op met ome Max zijn zeepklopper en roerden tenslotte ’s mans pantoffels door de soep. Het viel niemand op dat wij een half uurtje later geen soep bliefden. Pas toen Max de eerste pantoffel vond en de gasten schuimbekkend zaten te boeren, werd vermoed dat er iets niet goed gegaan was. De Zes was inmiddels afgereisd naar de collectieve ruimte van Piemelstein, waar de aanwezige virtuele weduwen het feest compleet maakten. Ik werd de volgende dag wakker in een bed met twee mij volstrekt onbekende dames,, waarmee ik kennelijk een nachtje De Drie had gespeeld. Maar De Zes was in business!

Link: Komt u ook naar de Ollie Peilkens Dag?