Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 35

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 35

Aflevering 35 – waarin De DHZ Koerier inderdaad DHZ bleek te zijn.

Het redactiekantoor van De DHZ Koerier in Haarlem was afgrijselijk. Een soort beduimeld klaslokaal, waarin vier bureaus stonden. Daarachter zaten drie absolute zotten. De een bezat een Lelijke Eend bestelwagen met bloemetjesgordijnen en was half in de Heer, al bleek het lastig te bepalen met welke helft. De ander was getooid met de voornamen Zacharias Zebedeus en had dus Zeb kunnen heten, maar het werd om snel heldere redenen Zak. De derde, de chef, deed resoluut niets. Eens per maand (het was een maandblad) stelde hij een lijst met onderwerpen op en de uitvoering liet hij met passie aan zijn collega’s over. In een separaat kamertje zaten de hoofdredacteur en de advertentieman, een soort Snip en Snap die schaamteloos spraken over wat ze nu weer in hun zak gestoken hadden. En dat is dan zak met een kleine letter, niet de redacteur. Er viel bij dit tijdschrift nogal wat te jatten...
Karel_Hubert
De fabrikanten van gereedschappen, zelf in elkaar te zetten meubelen en huisraad kwamen dagelijks spullen brengen ‘om te testen’. De test van een koffiemachine ging zo: doos aannemen van de fabrikant, verplaatsen naar de eigen auto en een flutstukje schrijven over waterdruk en maalwerk. Ook de ‘gewone’ redacteuren eigenden zich álles toe wat ter redactie verscheen. Toen ik het door had, paste ik mij snel aan de traditie aan. Ik gaf zelfs een nieuwe impuls aan de meeneemcultuur door de nieuwe IBM schrijfmachine van Zak naar de Bijlmer te verplaatsen.

Ik stelde na één week werkervaring voor ook een rubriek over tweewieleronderhoud op te nemen. Het zou het blad een maandelijkse pagina opleveren en mij een permanente stroom nuttige motorfietsspullen, zoals helmen, gereedschap en sloten.

Mijn mooiste taak bleek te bestaan uit het interviewen van de DHZ-er van de Maand, waarvoor lezers zichzelf trots en nimmer bescheiden opgaven. De eerste ster was een man die in het zuiden des lands op zolder schepen bouwde. Hij had al eens een replica van een theeclipper gebouwd die uitsluitend na verwijdering van het hele dak zijn huis kon verlaten. Maar ik toog nu op de Yamaha naar hem toe om present te zijn bij de tewaterlating én proefvaart van zijn eigenhandig in elkaar geprutste kano.

Echte doehetzelvers zijn even humorloos als een schroevendraaier en deze man was geen uitzondering. Toen ik hem vroeg of dat Mark Drie betekende dat er ook twee eerdere pogingen waren ondernomen, kon hij stuurs mededelen dat hij Mark Drie heette. Zulke dingen dus. Met de van watervast multiplex gemaakte kano op het dak van zijn auto reed hij naar de niet veel verder gelegen rivier. Hij wierp het ding in de plomp, stapte soepel in en peddelde weg. Ik hoorde een vreemd geluid, een soort ‘zingggggg’’. Dat werd veroorzaakt doordat de twee platen multiplex die bij elkaar tot boeg waren gelijmd over een eigen wil bleken te beschikken: ze hielden kennelijk niet van een gebogen houding en strekten zich. Binnen 10 seconden was alleen het rode hoofd van Mark Drie nog boven water. Eerlijk is eerlijk, hij bleef verwoed doorpeddelen om zijn onderzeeër gaande te houden.

Ik wachtte maar niet op de landing en startte de Yamaha. Vriend Drie zou zich als verbeten doehetzelver prima zelf kunnen redden.

De maanden die volgden waren gevuld met meer van zulk moois. Vanuit het smalle venster dat De DHZ Koerier op de wereld bood, leek die wereld gevuld met monomane gekken, mensen die automutilatie najoegen, luie redacteuren en geile vertegenwoordigsters van fabrikanten. Toen één van die dames de superieure eigenschappen van Piemelaars Kruipolie wilde demonstreren door haar hand ermee in te spuiten en te zeggen “Leg ‘m er maar in!”, had ik genoeg gehad. Er moest iets beters te vinden zijn.

Link: - Komt u ook naar de Ollie Peilkens Dag ? -