Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 32

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 32

Aflevering 32 – waarin Inge straf krijgt en de opvolgster aanrukt!

De pijn! Telkens weer liet Inge me na een warm uitje met scherpe spasmen in de bougie achter. Ik had inmiddels een foto van superliefde Maarten gezien, een schele leraar Duits met fondsbril en bochel. Maar mijn idee dat ik haar dankzij mijn rechte blik, leraarloze uiterlijk en kaarsrechte gestalte  wel van Maarten af en onder mezelf kon trekken, bleek nergens op gebaseerd. Het bleef bij praten en handen schudden. Ik moest dus andere dames zoeken, maar niet na Inge voor haar ontoegankelijkheid gestraft te hebben. Tijdens een gezellig theetje op haar flat, vroeg ik haar of ze het oud-Hollandse Garenspel kende. Nou, ze had geen idee. Ik legde haar uit dat het een soort oefening in zelfbeheersing en contemplatie was. En verdomd, dat wilde ze wel eens meemaken. Ze pakte een klosje zwart garen en ging op mijn instructie met gesloten ogen op de grond liggen. Met het garen verbond ik haar duimen, voortanden, veters en nog wat uitsteeksels met alles wat ze mooi en dierbaar vond: een antiek klokje, een kristallen vaasje, het portret van Maarten en meer moois. Toen ik klaar was, vroeg ze me hoe dit spel verder ging. “Ik ga er maar eens vandoor!”, zei ik losjes. Ik zat al op de Triumph toen ze zich realiseerde dat ze alleen maar kon opstaan door iets kapot te maken en dat ze moest kiezen wat er naar beneden ging lazeren. Ze kon natuurlijk ook blijven liggen tot Maarten uit Nepal terugkwam.
Karel_Hubert
Mijn vrienden lieten in deze periode van hun levens de vriendinnetjes sneller rouleren dan bingoballen bij de trekking. Vooral Jan slaagde er telkens weer in duizelingen veroorzakende en zeer langbenige schoonheden kortstondig aan zich te binden. Het duurde meestal een week, waarna Jan monter in de kroeg iets nieuws kwam uitzoeken, terwijl zijn zojuist opgezegde hulpverloofde met uitputtingsverschijnselen en bekkenkramp te kampen had. Gerhard had zijn oog laten vallen op Mieke, een zachtmoedig hertejong dat weigerde hem exclusief entree te geven: Mieke deed wat mannen in die tijd deden en werkte zich door een indrukwekkende rij vrijers heen. Gerhard zei tegen ons dat hij dat prima vond, maar aangezien zijn mondhoeken zijn schoenen raakten als hij dat zei, geloofden wij hem niet echt. En Peter? Die had sinds zijn 6de hetzelfde vriendinnetje. Ze maakten plannen voor de precieze invulling van de komende eeuw en plakten zo stijf aan elkaar dat ze één stroperige vloeistof leken te zijn. Als je hem wat vroeg, gaf zij antwoord, dat werk. Ze zouden snel trouwen en uit mijn leven wegvloeien, godlof.

Ik was Ingeloos en opgewonden. Volgens Jan lag er een uitdaging op me te wachten, wederom van de verplegende soort. Ze heette Stieneke, was bevallig en solide geconstrueerd, maar met haar 149 centimeter wel wat erg klein. Volgens Jan had ze hem geprobeerd op te schrijven en had ze daarbij suggesties voor erotische handelingen gedaan die hem het schaamrood op de kaken hadden bezorgd. “Wat een smerigheid!”, zei hij bij het ophalen van de herinneringen. “Maar ik durfde het gewoon niet met haar. Ik was als de dood dat ik zonder noten zou terugkeren.” Nu was ik – motorrijder, hè? – niet zo bangelijk ingesteld en dus liet ik Jan tegen Stieneke vertellen dat ik dingen kon waar goochellegende Fred Kaps een minderwaardigheidscomplex van kreeg. Nou, dat wou ze wel eens meemaken!

En dus lag ik een paar dagen na de introductie alweer in een verpleegstershuis en niks te Garenspel dit keer. Ik werd bereden, gebruikt, geknepen, gebeten, geslagen, gelikt, gegrepen en gepakt, uren achtereen door een onverzadigbare dreumes. Je hoort wel eens dat mensen na de gemeenschap gaan roken, nou, dat klopte, maar zonder hulp van Caballero! “Ziezo”, zei ze na de drie uur durende vechtpartij. “Even wat te drinken halen  en dan op naar de tweede helft.” Toen ik de volgende ochtend gebutst en gedeukt wakker werd, was ze al naar haar werk. Er lag een bedankbriefje en het verzoek ’s avonds terug te komen, “want zij wou ook wel eens een hoogtepunt bereiken.” Godsamme!