Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 30

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 30

Aflevering 30 – waarin het Wenen wordt

Hongarije in het begin van de jaren ’70 was een socialistische heilstaat. Niet dat de inwoners daar ook maar iets van merkten, behalve dan dat abortussen gratis waren, maar de rode bonzen leidden een aangenaam en beschut leven. Ook de vaderlandse motorfietsindustrie was volksbezit geworden. Ik kreeg het vermoeden dat de afzet van Pannonia motorrijwielen meer draaide op een afnameplicht van iedereen boven de 16 dan op vrijwillige aanschaf. Het waren tweetakten die een klotsend geluid maakten en meer rookten dan Dr. Meinsma lief was. Als je het helemaal gemaakt had, kon je op een wachtlijst komen voor een curieus soort driewieler met een koetswerk van canvas. Het ding zorgde voor droog vervoer, maar oogde als een van linnen gevouwen krekel.
Karel_Hubert
We bleven maar kort in het deprimerende gebied en togen naar Wenen. We waren de grens nog niet over of we zagen dat een echte heilstaat zo mogelijk nog akeliger was. We zagen alleen nog maar dikke ventjes met van die irritante groene hoedjes op. Joe en ik waren beiden oprecht teleurgesteld om - na zo’n lange tij in boerse streken vertoefd te hebben - nu in dit overvoede land te arriveren. Wenen met z’n modieuze volk en z’n snobistische winkels ergerde ons mateloos. Na één nacht togen we naar Praag en de tocht zelf bleek een vreemde opluchting: slanke mensen, Jawa’s en CZ-tjes. Maar de stad was een platgeslagen, beroete, smerige  ramp, waar mensen stonden te huilen bij het Palach-monument om aan het geheel een nóg triestere draai te geven. De miljarden idioten die je bij je mouw pakten om onze dollars voor kronen om te ruilen, maakten de sfeer er ook niet beter op. Ik begon terug te vechten en greep niets vermoedende Tsjechen bij de arm om vervolgens in verdacht Duits te fluisteren dat ze hun kronen konden omwisselen voor dollars. We bleven dus ook in deze stad niet lang.

Boedapest, Wenen, Praag. Afgeraffeld omdat we ons niet meer thuis voelden in de stad. Als je op de motorfiets reist, word je een vriend van het platteland, van de wind en van de heerlijke geuren die in je gezicht waaien. Tsjechoslowakije rook naar hout. Dat merkten we ook toen we van Praag naar Chomutov reden. Dat stadje was niet zomaar in de route opgenomen: aan de Roemeens-Hongaarse grens waren we in gesprek gekomen met een ingenieur die uit Chomutov stamde en hij had ons uitgenodigd langs te komen. De herinnering aan een lekkere, goed gevulde dochter die op de achterbank van de Skoda had gezwaaid, was voldoende reden om de uitnodiging te accepteren.

De man in kwestie bleek in het Ertsgebergte een oude boerderij verbouwd te hebben tot een soort lusthof. Hij verbouwde groenten, viste, schoot wild en stookte likeur. Bovendien voorzag hij ons van belangwekkende informatie zoals het feit dat in Chomutov de naadloos getrokken stalen pijp was uitgevonden. Dat verklaarde de aanwezigheid van een enorme pijpenfabriek. Hij vertelde ook dat Chomutov vroeger een grote aluinmijn had bezeten die omgebouwd was tot zwembad. Bij de feestelijke opening sprongen tien deernes in badpak in de plomp, om te ontdekken dat wat er nog aan aluin in het water zat voldoende was om de nylon badpakken op te lossen en de mondjes kloek samen te laten trekken. De foto’s mochten niet in de krant van de burgemeester.

Na drie dagen Chomutov namen Joe en ik afscheid van de familie en van elkaar. Hij ging richting Londen, ik richting huis. Precies twaalf uur later arriveerde ik in onherkenbare staat in Hilversum. Een modderregen in Duitsland had mij en de Triumph bedekt met een soort grijze coating. Toen ik bij de motorzaak van Verhaag arriveerde, zag ik Gerhard staan. En hij zag mij, kwam naar buiten en drukte me de hand. “Als je voor m’n zus komt, ben je te laat. Ze is net zwanger.”, zei hij monter. Ik was kennelijk weer thuis.