Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 29

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 29

Aflevering 29 – waarin liefde net niet voor eeuwig blijkt te zijn

Waar was ik? Ach ja, in Nadlač, dat zoete stofnest dat ligt te suffen als een poes op een warm autodak. Ik lag in het op familiegebruik bemeten bed van Stefan Belan en na wat tasten en knijpen bleek ik mij tussen de twee meisjes te bevinden die Belan als een soort kruiken in dat bed gestopt had. Joe was nergens te bespeuren. Eén meisje sliep, het andere lag op haar zij en keek in stilte naar me. Ik zag nu wat ik de afgelopen nacht niet had gezien: ze was hartsbrekend mooi. Ik schatte Elisabet op een jaar of 16 en voordat u hoho, foeifoei gaat roepen: ik was zelf maar een handvol jaren ouder, toen. Als het verhaal in het heden zou spelen, zou ik niet zo openlijk voor sex met minderjarigen uitkomen natuurlijk. Wat er precies tussen Elisabet en mij was gebeurd in de donkere omhelzing van de nacht, was mij volstrekt onduidelijk. Ik herinnerde me er alleen maar van dat het warm, klam en aangenaam was geweest. Het feit dat we elkaar niet konden verstaan, hielp ook: als je niks te zeggen hebt, moet je maar wat doen, nietwaar? En dus kuste ik haar maar weer eens, wat leidde tot een soort lichamelijke versmelting die zo totaal was dat we met één paspoort de grens over zouden kunnen.
Karel_Hubert
Uren later strompelde ik de trap af, zag Joe aan zijn Triumph frunniken, groette hem en kreeg te horen dat Belan een uitgebreid ontbijt had klaargezet. Waar de oude vagebond zelf was, wist hij niet. Wat later kwamen de zigeunermeisjes naar beneden. De naamloze gaf Joe een kusje en verdween. Elisabet maakte met gebaren duidelijk dat ik moest blijven wachten. Even later kwam ze meteen oudere vrouw terug die uitstekend Duits sprak. Elisabet, zo vertelde de vertaalster, wilde graag met mij mee naar Nederland om daar voor eeuwig voor me te zorgen. Ze had het al met haar ouders geregeld: het mocht. Als ik nou even een weekje bleef, konden we ook nog snel even trouwen. En hoe vreemd dat misschien nu klinkt: toen ik Elisabet aankeek, leek het me een uitmuntend idee. Ik was net bezig om de verloving te bekrachtigen toen Stefan Belan arriveerde. Hij zoende de tolk, gaf Elisabet een aai en vroeg me wat er gaande was. Toen hij over het voorgenomen huwelijk hoorde, barstte hij in bulderend lachen uit. Hij vatte het mooi samen: ik was een idioot, Elisabet was een idioot, de tolk was een idioot en hij, Stefan Belan, was een idioot als hij zou toestaan dat een vrijpartij zou uitmonden in een trouwpartij. Over zijn lijk. Ook dat leek me onder de gegeven omstandigheden een prima idee, maar aangezien hij een pistool droeg en ik niet, was de uitvoering wat problematisch.

Het resultaat was een schilderij waardig. Toen Joe en ik een uurtje later naar de vlakbij gelegen grens gingen, werden we uitgezwaaid door Elisabet en haar teruggekeerde vriendin. Twee huilende zigeunermeisjes, zónder roos. Ik had haar wel beloofd te schrijven. Als ik de in het Duits gesteld brieven naar Stefan zou sturen, zou hij voor een kwieke vertaling zorgen.

We wisten dat door de gastvrijheid van Nadlač ons visum verlopen was, maar onze gastheer reed – met losse handen - op zijn DKW met ons mee naar de grens, hield de douanier aan de praat of onder schot (dat konden we niet zien), zodat we zonder problemen bij de Hongaarse grenswachten arriveerden. Terwijl deze socialistische heilsoldaten ons de bagage lieten uit- en inpakken, zwaaide vanaf de Roemeense zijde Stefan Belan ons uitbundig uit, een monument van een man.

Onderweg naar Boedapest, moest ik voortdurend aan Elisabet denken. Ze had me woordloos gevoelens bezorgd die ik niet kende. De behoefte te beschermen, de neiging te koesteren, de wil samen te zijn. Het was maar goed dat de snoeiharde sex korte metten had gemaakt met zulke naar afhankelijkheid en binding leidende en diep burgerlijke emoties! Toen we Boedapest binnenreden, besloot ik haar toch voortaan mijn grote liefde te blijven noemen. Dat kan, als je zeker weet dat die liefde haar land niet uit kan.