Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 28

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 28

Aflevering 28 – waarin alles goed en fout gaat.

Het dorpje Nadlač leek persoonlijk bezit te zijn van Stefan Belan. De kunstschilder sprak Duits, Roemeens, Hongaars, Tsjechisch, Russisch en een aantal vreemd klinkende zigeunertalen. Hij beschouwde zichzelf als volbloed Tsjech en hield zijn geloof in betere tijden op peil door dagelijks twee liter lokale brandy te nuttigen. Hij was vier keer getrouwd en drie keer gescheiden, maar gaf toe dat het ook andersom kon zijn. Hij kende álle vrouwelijke inwoners van het drop en minimaal 60% daarvan intiem. En nadat we hem verteld hadden dat we op doortocht naar Hongarije waren, sleepte hij ons naar zijn huis, waar hij zijn enorme bed opschudde voor Joe en mij en beloofde dat tegen het slapen gaan twee zigeunermeisjes het bed zouden opwarmen. Vervolgens sleepte hij ons het dorp door, pet op één oor, ons regelmatig omhelzend en zoenend. De ongekroonde koning van Nadlač onthulde dat zijn erenaam ‘de oude vagebond’ was en dat hij ’s werelds beste motorrijder was. Een half uurtje en een halve liter drank later volgde het bewijs.

Ollie-Peilkens_Roemenie_loRes_copy_copy
Joe Adams, achterwiel Joe’s Triumph, twee zigeunermuzikanten, Stefan Belan, voorkant van Ollie’s Triumph, Stefans motorrijwiel.

Stefan Belan reed een uit 1939 stammende DKW de schuur uit, startte het ding en reed op zijn rug liggend, de handen op de buik probleemloos over een weg van zand, grond en keien, naar een twee kilometer verderop liggend dorpje waar wat te beleven  moest zijn. Joe en ik reden op onze Triumphs achter de lieve idioot aan en hadden de grootste moeite in het zadel te blijven, met de handen wél aan het stuur. Wat ons dan weer niet hielp, was de aanwezigheid van een man met een accordeon achter mij en een viool spelende zigeuner achter Joe. Stefan wilde namelijk wat muziek gaan maken, begrijpt u? In het dorpje bleken ze hem allemaal te kennen. We werden voorgesteld aan meisjes, aan de directeur van de zuivelfabriek, aan de slager. Na wat koffie en cognac gingen we terug naar Nadlač, maar Stefan bleef nog even hangen. De politie loerde op hem, was de verklaring. Nou, niet zozeer op hem. Honderd meter verderop werden Joe en ik gearresteerd door een ineens voor onze voorwielen springende diender met reuzenpet. In een flitsend gebaar poogde hij de lichtschakelaar uit de koplamp te trekken, menend dat hij het contactsleuteltje beet had. We moesten de motoren achter het politiebureau rijden. Een niets vermoedende heer werd van de straat geplukt, tot tolk verheven en de zaak Roemenië vs. Peilkens c.s.  kon beginnen. We waren stomdronken, was de aanklacht. Bewijs het maar, zakkenwasser, was het verweer dat niet echt goed vertaald werd. Nu begon de agent uiterst slim te kijken. Hij trok een la open en haalde daar een Amerikaans setje uit, met blaaspijpjes en ballonnen. Ik moest als eerste blazen en kreeg een rood, bol hoofd want de zakkenwasser wist niet dat je die buisjes eerst moet openbreken. Ik gaf hem het testsetje terug en hij begreep ineens het probleem. In een vlaag van waanzin beet hij het pijpje open en haalde daarbij zijn mond dusdanig grondig open dat hij vijf servetten later nog hevig bloedde. Ik moest het weer proberen, maar het pijpje moet wel aan beide zijden open zijn om er iets doorheen te blazen. Desalniettemin vond oom agent dat hier wettelijk en overtuigend bewijs geleverd was, ook voor de nooit blazende Amerikaan. We werden een cel ingeleid, de deur ging dicht, maar niet op slot en we konden een telefoongesprek horen dat zo luid gevoerd werd dat het ook zonder de uitvinding van vriend Bell grote afstanden kon overbruggen. Twee minuten later werden we in vrijheid gesteld, onder voorwaarde dat we direct vertrokken. Hij wuifde ons zelfs na, een grote prop wc-papier in zijn mond.

Het weerzien met Stefan was hartelijk. Het was een blunder van de eerste orde geweest dat we gestopt waren. Roemeense agenten moet je doodrijden, áltijd, was zijn uitleg. Na weer een nieuwe fles brandy, viel Stefan op de bank in slaap. Joe en ik gingen lallend de trap op, naar het grote bed. En verdomd, er lagen twee meisjes in te kirren. Kent u dat beroemde schilderij van een huilend zigeunermeisje met een roos? Nou, de volgende ochtend stonden er twéé te huilen, zónder roos.