Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 27

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 27

Aflevering 27 – waarin ik de Europacup beïnvloed

En dus reden we Roemenië in. Precies bij de grens begaf mijn kilometerteller het, volgens Joe gejamd door de Roemeense Securitate, volgens mij kaduuk door een Engelse aandrijfkabel. Tussen de wuivende korenvelden door rijdend, arriveerden we in Timisoara, waar we aan een plotseling opkomende bezinningsdrang toegaven en een blauwe kerk inliepen. We smeekten om continuering van het mooie weer, met als goddelijk resultaat dat het was gaan gieten toen we de kerk verlieten. En ja, ik weet dat dit rijmt, maar niet in religieuze zin. Wij de kerk dus weer in, nu om vriendelijk te vragen of we wellicht verkeerd begrepen waren. Drie Roemenen kwamen ook het godshuis ingedoken. Eén van hen, een computerexpert (jaja, die had je toen al, kinderen!) sprak keurig Engels en nodigde ons uit bij hem thuis te overnachten. De brave borst gaf ons een scherp beeld van de akeligheid van het bestaan in deze heilstaat.
Karel_Hubert
Zijn vader was bij het monarchistische leger geweest; na de oorlog was de hele familie dan ook tot een zompige maatschappelijke status gedegradeerd. Hij had een Amerikaanse vriendin die met hem wilde trouwen. Dan kon hij af en toe het land uit, omdat zij als onderpand moest blijven. Maar dat vond hij geen goed idee en dus had hij een tic ontwikkeld van een omvang die menig barman teveel zou achten. Maar hij was erg aardig en was zelfs bezorgd toen ik in korte tijd een hevige koorts ontwikkelde. Kort overleg met zijn naast hem wonende moeder leidde ertoe dat ik een bakje yoghurt met veertig fijngesneden teentjes knoflook te eten kreeg, onder de wol gestopt werd en snel buiten kennis raakte. De volgende ochtend was de koorts weg, evenals mijn kansen om de komende weken een meisje te zoenen. Joe had geen koorts, maar omdat hij de hele avond een lokaal likeurtje had gedronken, stapte hij de volgende ochtend achterstevoren op zijn Triumph. We gingen naar Arad.

En nu, lieve mensen, komt een bijzondere onthulling. Arad was een onooglijk plaatsje, dat desalniettemin zijn plek in het Nederlandse sportieve onderbewustzijn zou gaan verdienen. Het zat zo. Arad kon bogen op Ut Arad, een professionele voetbalclub, die spoedig bij de Feijenoord-aanhang als Kut Arad bekend zou worden. Dat kwam doordat het nietige clubje iets miraculeus deed: het schakelde in de eerste ronden van de Europacup titelhouder Feijenoord uit. In Rotterdam werd het 1 – 1, in Arad bleef het 0 – 0. De Nederlandse couranten vonden het wonderbaarlijk dat de trainer van Ut Arad kennelijk precies wist hoe hij Feijenoord tegemoet moest treden. Het feit dat ik – een talentvol en tactisch goed onderlegd voetballer - een Duits sprekende man tijdens het bekijken van het stadion zonder enige bijbedoeling álles over de Feijenoord-spelers en de voetbalstijl had verteld, móet minder belangrijk zijn geweest dan het belabberde spel van de Rotterdammers. Maar de assistent-trainer van Ut Arad leek wel erg op die Duits sprekende man. Nou ja.

We reden van Arad naar Nadlač en dat, lieve lezers, zou een plaatsje worden dat mij tot de dag van vandaag de pantalon doet bollen! Het lag nog geen twee kilometer van de grens met Hongarije, bezat een warenhuisje, een restaurant met zigeunermuziek, een koffiewinkel en een supermarkt waarbij dat super nergens op sloeg. De belangrijkste troef van Nadlač was echter een stevig gebouwde, gedrongen alcoholist met een stoppelbaardje en in zuivere alcohol zwemmende ogen. Stefan Belan was 59 jaar oud, sprak vloeiend Duits en was kunstschilder, hetgeen in zijn geval betekende dat hij naakt voor hem poserende meisjes op een tranentrekkende wijze op een stuk doek wist te dumpen. Belan greep mijn arm vast zodra we stopten en vroeg wat we in zijn dorp kwamen doen. Zo begonnen drie dagen die mijn leven op een dramatische wijze van koers zouden doen wijzigen. Oh, oh Elisabet!