Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 26

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 26

Aflevering 26 – waarin Vojin Yoaniševič een held wordt

Ik reed de 440  kilometer van Sofia naar Belgrado en arriveerde tien minuten te vroeg voor de Amerikaanse ambassade. Joe stond er al. Wees mij op een gebroken spaak, die mij zorgen baarde omdat ik door mijn voorraad spaakjes heen was. De hoog opdoemende rugzak trok in de bochten te hard aan het achterwiel. De Yank wees na mijn spaak – trotser nu – op zijn eigen achterband. Die band was gisteren ontploft. Maar een plaatselijke dealer had de binnenband geplakt en de buitenband met behulp van twee hete strijkbouten gerepareerd. Volgens Joe was dit het bewijs dat er een omgekeerde verhouding bestaat tussen welvaart en zelfredzaamheid. “In Amerika krijg je een nieuwe band en mijn dealer zou echt niet weten hoe hij een scheur in een band moet repareren. Maar hier, in dat toch een stuk armere Joegoslavië piekeren ze er niet over een dure, nieuwe band te monteren als de oude nog hersteld kan worden.”, zei hij ontroerd.
Karel_Hubert
Zijn observatie bracht mij op de gedachte dat er ook weleens een omgekeerde relatie zou kunnen bestaan tussen mijn behoeften en het vrouwelijke aanbod. Maar ik had het nog niet gedacht, toen een knauwende, maar o zo vrouwelijke stem “Hey, where are you from?”uitstootte. De stem bleek aan een lief en lekker meisje toe te behoren dat net een jaartje studie in de VS achter de elegante rug had, een privilege dat mogelijk was omdat haar paps president van de nationale bank was en haar oom president van Macedonië. Even later sleepte ze ons de hele stad door, toonde een merkwaardig straatje zonder verkeer, waar het jaar 1900 leek te zijn behouden. Vrolijk deelde ze mede dat dit straatje, vol strohoedenorkestjes, ook het centrum van de hashhandel was. Heerlijk nieuws! Ik had spaken nodig, geen joints, lieverd. Maar ook die behoefte wist ze te bevredigen, want ze ontfutselde een naam en een adres aan een motorrijder die op een terras zat. Vojin Yoaniševič, Cara Urosa 19. Later die middag reed ik naar dat adres en sodeknetter nog aan toe: wat een vondst! Een stoffig zaakje, met twee jonge Amerikaanse klanten die beteuterd bij een 250cc Triumph stonden, zonder kleppendeksels. Die waren er naar goed Engels gebruik gewoon onder het rijden afgevallen. De eigenaar van het motorzaakje was op zijn Jawa op pad en keerde na een kwartiertje terug. Mét Triumph kleppendeksels! Tito mag weten waar de 64-jarige Vojin ze vandaan had gehaald, maar hij had ze. En wat een man was hij! Hij was advocaat, had zijn beroep verwisseld voor dat van motorman. In het begin van de jaren ’50 was hij op NSU nationaal kampioen wegracen geworden. En nog altijd trok hij zo vaak als het kon het zwarte leder aan om op zijn Norton Manx met Triumph-blok het circuit over te jagen. Hij was verliefder op Engelse twins dan ik op meisjes en hielp elke gestrande gek met een Triumph, BSA, Norton of iets nog slechters. Hij had een Triumph-wiel, haalde daar vijf spaken uit, verving het gebroken exemplaar en gaf me de andere vier mee voor onderweg. En hij vertelde het verhaal van een kennis uit Bulgarije. “Zijn zoon was in bezit gekomen van een oude Ariel, waarmee hij door Sofia scheurde. Op een dag rijdt hij op een voorrangsweg, komt er ineens een IG, zo’n Russische DKW, met zijspan de weg opdraaien. Van het leger. Geen ontwijken meer aan. Toen het stof was neergedaald, was er geen spaan meer over van de zijspancombinatie. De Ariel had een scheef voorwiel, dat was alles. Vanaf dat ogenblik is hij ook overtuigd van de Britse kwaliteit!” Geld wilde Vojin niet accepteren, maar hij eiste de belofte dat ik hem – bij terugkeer in Nederland – een Triumph Bonneville werkplaatshandboek zou toesturen. Deal!

Joe en ik wilden beiden ook iets van Roemenië zien en we zetten de volgende dag koers naar de grens. Maar niet na een bizarre nacht: we dachten samen een kamer in een jeugdherberg bemachtigd te hebben, maar die kamer was door een administratief foutje al gevuld met tien Polen. Het was dat een van de Poolse meisjes bij mij in bed kroop en met iets begon dat het midden hield tussen vacuüm trekken en een band oppompen, anders had ik mijn beklag gedaan.