Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 24

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 24

Aflevering 24 – waarin (bijna) niets gebeurt Je hebt van die dagen dat je je realiseert dat het leven een aaneenschakeling kan zijn van onbeduidende ogenblikken en snel te vergeten ogenblikken. Vooral tijdens het berijden van een motorfiets is de kans groot dat het lijkt alsof je stil zit en het landschap aan je voorbijgetrokken wordt. Ik reed dagen achtereen met mijn vier Engelstalige kompanen, doorkruiste de Balkan in allerlei onbedoelde richtingen. En er gebeurde helemaal niets. Het was zonnig, lekker weer. Het landschap was vooral groen. Mooi zonder je de adem te doen stokken, dat werk. De motoren snorden, bleven het doen; er waren geen lekke banden, geen gebroken kabels, helemaal niets. Als het niet zo leuk was, was het afgrijselijk saai. Oké, we werden overvallen door een twintigtal zigeuners toen we in een valleitje lagen te slapen, maar ze bleken niks van ons te willen, maar slechts een glas zelfgestookt bocht te willen slijten.

Karel_Hubert


En een langstrekkend stel met een lieve dochter vroeg ons het meiske te bevruchten (althans dat vertelde Pete, die ook na de vechtpartij bleef volhouden dat hij de plaatselijke dialecten aardig beheerste), maar om nou te zeggen dat er wat gebeurde, nee hoor. De reis naar Skopje duurde ongeveer twintig keer langer dan nodig, omdat Engelsen niet kunnen kaartlezen en ik geen enkele behoefte had om vaker dan drie keer onder het noemen van de naam van De Ruyter te verwijzen naar de superioriteit van het Nederlandse richtingsgevoel. Maar goed: niemand had haast, niemand had eigenlijk een reet te doen. En dus reden we maar wat aan. Totdat we na drie uur over een zandpad gereden te hebben op de grote weg van Belgrado naar Skopje terecht kwamen. Skopje, tja. De sporen van de aardbeving waren nog te zien, al meenden het Engelse trio dat omgevallen huizen ook het resultaat konden zijn van een revolutionair soort architectuur, waarbij de neergang van het kapitalisme in bepaalde bouwvolumes was vertaald. Toen ik het verhaal hoorde, was ik ontstemd. IK zat op de Proza Academie, zeg, en dus had ik met dat verhaal moeten komen. In Skopje gebeurde ook weer eens helemaal niets. We kampeerden er, aten er, sliepen er. En de volgende dag gingen de Engelsen naar Griekenland en Joe en ik naar Bulgarije. En verdomd: toen gebeurde er wat! Bij de grens bleken ze de haardracht van hun grote roergangers Marx en Che Guevarra geheel vergeten te zijn: Joe mocht het land niet in. Hij kon kiezen: of zijn haar eraf of in zijn paspoort zijn geslacht laten veranderen door de Bulgaarse grenswacht. Omdat hij niet als Mrs Adams door het leven wilde gaan, werd besloten dat ik ter plekke zijn haar kort zou knippen. Op het kantoor van de douanier werd een flinke schaar gevonden en een paar minuten later mochten we het land in. Ik had mijn werk zo jolig gedaan, dat Joe wekenlang behandeld zou worden als een zwakbegaafd kind, maar ik was over mijn in kubistische stijl uitgevoerde knipperij zeer tevreden. Mooi was het allerminst, maar revolutionair zeker, hoewel ik moet bekennen dat ik bij het binnenrijden van Kustendil opvallend veel mannen zag met een identieke coupe. Was mijn stijl me vooruit gesneld? Had de douanier de essentie van het kapsel doorgebeld? Ik had geen idee, maar Joe voelde zich meteen een stuk minder gehandicapt. Kent u Kustendil? Nee? Houden zo dan, tenzij u wilt meemaken hoe een plaatsje eruit ziet als je volledig kleurenblind bent. Want kleur, daar hadden ze het hier niet zo op. De huizen, de mensen, de kleding, de dieren, alles had eenzelfde ongemakkelijke stoftint. Maar er was een VVV-kantoor, al mag God weten voor wie. Er zat een keurig geklede, beschaafd Engels sprekende man in die ons een hotelkamer bezorgde en het advies gaf in het tentje drie huizen verderop te gaan eten. Het zou onze eerste grote ruzie met een Bulgaar inluiden. Maar om nou te zeggen dat iets gebeurd was, nee.