Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 23

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 23

Aflevering 23 – waarin het nu maar eens over motorfietsen moet gaan

We waren amper uit Dubrovnik vertrokken, Joe en ik, toen het gebeurde. We zagen voor ons drie motorfietsen rijden, gelukkig met mensen erop. Mijn Triumph was mooi, dat ding van Joe was afgrijselijk en werkte olie weg in een tempo dat mijn alcoholische vader als ‘stevig innemen’ betitelde. Maar het drietal dat we inhaalden, was museaal prachtig. Bij de eerste uitspanning parkeerde het complete gezelschap, zodat ik alles goed kon bekijken. Vreemd: de motorfietsen waren belangrijker dan de berijders. Nog vreemder: dat begrepen ze. De 500 cc ééncilinder Vincent met éénpersoons zadel en ruggesteuntje behoorde bij Mike, student filosofie te Oxford. De zelfgebouwde motorfiets van Pete had een BSA-frame, een 650cc Triumph motorblok en een Matchless transmissie. Hij had  ingekorte Triumph spatborden en schuin gemonteerde Craven-instrumenten.

Karel_Hubert

Ook Jerry had iets zelf gebouwd: een BSA-frame met een 500 cc Ariel krachtbron. Het fraaie ding was donkergroen gespoten en droeg antieke Craven-koffers. De totaalindruk: een ordonnansmotorfiets uit de Eerste Wereldoorlog. Jerry en Pete waren net klaar met hun studie aan de Polytechnische Hogeschool van Londen. Hun eindexamenwerkstuk was een buggy. Maar dat nam ik ze niet echt kwalijk, na het aanschouwen van de zelf geknutselde tweewielers.

Kort overleg leidde tot de aangename conclusie dat we allemaal naar Skopje wilden. Het stadje was in 1963 door een aardbeving nogal door elkaar geschud, hetgeen verklaarde waarom vooral de oudere bewoners bij het horen van het donderende kabaal van vijf motorfietsen de kelders in zouden vluchtten. Maar voordat we er arriveerden, kregen we een scheut visuele romantiek te verwerken: de baai van Kotor. Ik nam mij eromheen rijdend voor om daarheen te gaan als ik mij een dame had verworven die mij zou aanzetten tot het zingen van zoete liedjes.

Heb ik u al verteld dat Tito nog aan de macht was? Nee? Nou, Tito was nog aan de macht in Joegoslavië en dankzij zijn nogal bruuske bazigheid hield hij alle elkaar naar het leven staande volken, groeperingen, stammen en bendes zo stevig onder de duim dat het één land leek. Onder druk wordt alles vloeibaar? M’n zolen: onderdrukking houdt alles bijeen! Eén van de piekfijne privileges die je als opperhoofd hebt, is de optie om eens een stad naar jezelf te vernoemen. In het kleingeestige Nederland eren we nog wel eens iemand met een plantsoen of een doodlopend steegje en dan alleen nog als hij morsdood is. Maar wij reden met ons vijven gewoon Titograd binnen. We hadden besloten ergens in dit lieve land een stukje onbezeken natuur te zoeken en daar de tenten op te slaan en. We wilden inkopen doen om zowel een avondmaal als een ontbijt te kunnen fabriceren, maar hadden buiten de Titogradse jeugd gerekend: die veroorzaakte een kleine volksopstand door met honderden tegelijk om de motorfietsen heen te gaan staan. Drie van ons bleven ter bewaking achter, omstuwd door een opgewonden kakelende massa, de andere twee gingen een supermarkt in. Toen we weer op weg gingen, kregen we een soort escorte mee in de vorm van twee lokale stuntmannen op aftandse DKWtjes. De knapen reden met totale doodsverachting over de kinderhoofden, alle kanten op stuiterend. Bij de eerste haakse bocht reden ze rechtdoor, niet omdat ze dat wilden, maar omdat een door een auto zonder banden in het wegdek getrokken gleuf dat dicteerde. We zagen de twee in een enorme stofwolk verdwijnen, waaruit na enige tijd wat rommelige ledematen staken. We stopten toch maar even, zagen na enige minuten dat de helmloze rijders op hun benen stonden en reden verder, op weg naar ons nog aan te wijzen bivak. De Joegoslavische KNMV was hier nog niet met cursussen begonnen, kennelijk.