Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 20

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 20

Aflevering 20 – waarin een heel ander trio ontstaat

Ik zat - na weer een nacht waarin de Franse dames slechts mijn lichaam wensten en geen enkele interesse voor mijn geest hadden – in het Joegoslavische zonlicht en dacht na. Dat is meestal zinloos, maar in deze tijd was het nog een populaire bezigheid onder jongeren. Zo aan het einde van de jaren zestig was iedereen met een IQ van boven de 10 bezig met de samenleving, de oorlog in Vietnam, de dienstplicht en al die andere onderwerpen die anno 2010 even ver weg lijken als de Middeleeuwen. Ik vroeg mij – qua woordenschat gesterkt door het eerste jaar Proza Academie – vooral af hoe ik in algemene zin mijn eigen positie in de maatschappij wenste te definiëren en meer in het bijzonder wat ik meende te moeten ondernemen om die positie voldoende inhoud te geven om niet van een ledig bestaan te hoeven spreken.

Karel_Hubert  

Sex leek tot voor kort een bevredigend antwoord, maar de twee Franse deernes hadden elk greintje erotiek uit mij gezogen, gewrongen en getrokken. De lege huls die ik nu was, moest spiritueel gevuld worden. Aan de formulering van deze observatie kunt u afleiden hoe akelig het me met mij gesteld was. En ik was nog geen week met de Triumph onderweg. Zelden was de naam van een motormerk verder verwijderd van mijn gevoel.

Ik besloot dus te vluchten en toen de meiden met de Simca erop uit trokken om mondvoorraad in te slaan, zag ik mijn kans schoon. Een kwartier later draaide ik de camping af.

Niet lang daarna kwam ik op de fameuze kustweg van Joegoland terecht. Zo ongeveer om de honderd meter stond een plantje, een verlept boeketje, een overeind gehouden kransje of een gedenkpaaltje, waarmee aangeduid werd dat hier iemand platgereden was. Meestal lag iets eerder of iets verder ook nog het bijbehorende wrak langs de kant. De mensen hier hielden er – zo merkte ik al rap – een nogal eigenzinnige manier van autorijden op na. De tweebaansweg werd als één baan beschouwd en dat gaf bij tegenliggers onherroepelijk problemen. Bochten werden afgesneden, rechte stukken zigzaggend afgewerkt. Ik had graag willen genieten van het uitzicht, maar was vooral bezig een soort slalom te rijden in een vermetele poging niet overreden te worden. En toen zag ik de twee Triumphs staan.

Een verfomfaaide, gedeukte 350 en een nieuwe 500. Daarbij stonden twee langharige heren en twee betraande meisjes. Ik stopte en maakte kennis met Joe uit Chicago en Jeff  uit New York. Studenten en dienstweigeraars die naar Europa waren gekomen om van Vietnamese avonturen verschoond te blijven. Ze hadden in Engeland motorfietsen gekocht en waren op pad gegaan zonder ander doel dan niet in de VS uit te komen. Het Amerikaanse zeikerdje en het Franse lekkertje die samen stonden te wenen, waren in Venetië eerst gewoon en vervolgens achterop genomen. De 350 zag eruit alsof er een stuk of tien Kroatische vrachtwagens overheen waren gereden. De bagagedrager was met een wilgenstammetje en sellotape verstevigd. Met elastiek werd een groene bierkrat op de plek gehouden, met allerlei rommel erin. Bovenop het kratje zat de bagage van de Amerikaanse die voor Jeff gekozen had nadat Joe met haar achterop twintig meter lang contact had gehouden met een vangrail, haar linkerknie benuttend als wrijvingsindicator. De Française deed niet moeilijk en was van plaats geruild. Toen ik stopte hadden de mannen net een lekke achterband geplakt. We gingen gezamenlijk verder, stopten ’s middags om naakt te gaan zwemmen. “Nou”, had Joe gezegd, “Ik ben bont en blauw, maar good old Ollie hier is kennelijk onderweg een keer of tien gevallen. Jesus, man, wat heb je gedáán?” Ik legde hem uit dat ik twee dagen de liefdesslaaf van twee Franse onderwijzeressen was geweest en kon dankzij de bijtwonden ook een accurate beschrijving geven van hun gebitten. Het bezorgde mij instant respect bij de mannen en de Française, maar niet bij de Amerikaanse die dankzij het vele geld van papa en de gebrekkige intelligentie van haar moeder in de piemelfase was blijven steken en allerlei uit Oosterse filosofieën gejatte onzin uitkraamde. “Het is niet erg dat je zo sterk in je sexuele fantasieën gelooft, dat je ze gaat verwarren met de werkelijkheid. Dat maakt deel uit van het volwassen worden.”, zei ze zeperig. “Ik zal jou vannacht eens mijn fantasie laten voelen!”, zei ik. Maar dat werd haar toch wat al te werkelijk.