Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 19

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 19

Aflevering 19 – waarin Ollie zich gebruikt voelt

Godsamme! Ik werd wakker op de grond van de reuzetent waarin de Franse onderwijzeresjes me als sexslaaf gevangen hielden. Nou ja, één ruk aan een rits (van de tent svp) was voldoende om vrij te zijn, maar zo voelde het niet. Nadat ik mijn ogen geopend had, begon ik voorzichtig met mijn rechterhand te voelen of alles er nog aan zat. Ik voelde iets groots en warms dat bovendien stevig klopte toen ik mijn hand eromheen sloot, maar het bleek gelukkig de pols van Jeanette te zijn, die – zo zag ik vanuit een ooghoek – ook van het veldbed op de grond was gedonderd.

Karel_Hubert  

Toen ik mezelf in staande positie had weten te krikken, kon ik de schade beter zien. Her en der afdrukken van gebitten die zo diep waren dat je er afgietsels voor prothesen in kon maken. Blauwe plekken in de vorm van Franse mondjes. Krassen die zo breed waren dat er onder de nagels van Claudine en Jeanette voldoende huid moest zitten om een brandwondenpatiënt prima mee te verzorgen. Het lichaamsdeel waar het de dames vooral om te doen was geweest, hing er bij als een murw gebeukte bokser. Het voelde niet meer echt aan als iets waar ik de komende dagen nog wat plezier aan zou kunnen beleven. Ik moest ineens denken aan een kamerplant die volgens mijn moeder geen water nodig had ‘omdat-ie het zelf uit de lucht haalt’. Na een paar maanden was de plant gereduceerd tot één slap over de rand van de pot hangend stengeltje. Het beeld van de arme plant kreeg ik niet meer uit mijn hoofd.

Maar ik was in die levensfase nogal vergevend van aard. En toen het duo bij kennis was gekomen en onversaagd aan het kokkerellen ging om een stevige, voedzame lunch te bereiden,  vond ik J. en C. alweer aardig.

Het waren ook gewoon twee aardige mensen, die zoals zoveel burgervolk slechts de vakantie benutten om alles te doen wat God verboden en hun moeder ontmoedigd had. Als ze over een paar weken teruggekeerd waren in Noord-Frankrijk, stonden ze weer keurig voor de klas. Staartje, tuttig rokje tot over de knie, brilletje pront op de neus, witte blouse, sexloze overdraagsters van kennis. Maar enige weken per jaar veranderden ze in onversaagbare bedsoldaten die een orgasme najoegen alsof  het een zak gouden munten betrof. In die periode waren het agressieve dieren die het gevecht opzochten. Een gevecht dat ze, zo voelde ik voorzichtig in mijn slip, in elk geval gisteren hadden gewonnen.

Als je ze zo zag zitten, aan een campingtafeltje, in korte broekjes en met t-shirtjes aan, zou je domweg niet geloven dat ze na een paar wijntjes en het wegvallen van het zonlicht veranderden in vleesetende roofdieren. Ik mocht eigenlijk blij zijn dat ze geen vitale onderdelen hadden verwijderd.

De rest van de middag lagen we aan het strand, zwommen wat, praatten een beetje over het leven, over de oorlog in Vietnam, over goed eten en beter drinken. Claudine rookte een merkwaardig soort Franse sigaretten die van een geel papiertje waren voorzien en bood mij er eentje aan. Ik rookte niet, althans geen tabak, maar dit leek genoeg op iets geestverruimends om het te proberen. ‘Je kunt ze ook als tandem roken’, zei Claudine. Ze inhaleerde diep, drukte haar open mond op de mijne en ademde krachtig uit. Omdat ik op dat ogenblik nou net óók uitademde, kreeg ze haar rook met dubbele druk terug. Toen ze uitgehoest was, probeerden we het nog een keer. Tandemroken. Ik had moeten weten wat dat voor de komende nacht ging betekenen.

Maar ik wist niks, genoot van het weer, van de aanblik van wat in bikini toch ineens buitengewoon goed gebouwde meiden waren en van de mij met liefde aangereikte versnaperingen. Ik had moeten weten dat dompteurs buiten de voorstelling altijd aardig zijn tegen het gevangen dier.