Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 18

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 18

Aflevering 18 – waarin Krk een werkwoord blijkt te zijn

Na mijn uiterst succesvolle debuut op de skelterbaan, sliep ik tot net na twaalf uur. Ook een manier om te voorkomen dat je een ochtendhumeur hebt, nietwaar? Bij het betreden van een op de camping gedreven eettentje, zag ik het duo meteen zitten. Twee buitengewoon Franse vrouwen, met modieuze brillen, een beetje strenge leraressengezichtjes en aangenaam strakke zomerjurkjes. Ik wist de aandacht te trekken door te struikelen toen ik met een dienblaadje vol drinken en eten hun tafeltje passeerde. Het resultaat was een soort ontploffing: de koffie zat een moeder met kind in de haren, terwijl het stel acht tafeltjes verderop zat.
Karel_Hubert

Eén van de Franse schoolhoofden sprong op en begon zich zo heftig te verontschuldigen dat ik aan een psychiatrische afwijking dacht. Toen ik zag dat ik gestruikeld was over de handtas van de lieverd, begreep ik haar gedrag al wat beter. Ik zelf was er redelijk goed afgekomen, omdat ik alles wat ik droeg gelanceerd had in een poging de val met de handen te breken.

Een paar minuten van gezeem en gepoets later zat ik bij Claudine en Jeanette aan tafel, met een door hen gehaald en betaald reserve-ontbijt voor me. Het waren boezemvriendinnen, bezig aan een rondreis door alle oostelijk van Frankrijk gelegen gebieden. En verdomd: het waren onderwijzeressen, op een lagere school in Lille. Hoeveel lager wist ik niet, maar dat was ook niet van belang.

De dames gingen naar Krk, zo vertelden ze me met een zekere superioriteit. Ze gingen met de Simca ’s middags al naar Verona, om een tante van Claudine op te zoeken en reden dan ’s anderendaags door naar Krk. “Mon Dieu!”, zei ik, “Wat een toeval! Ik rij morgen in één rk nr Krk!” Ik had geen idee waar ik heen moest rijden, maar als het in twee dagen met een Simca kon, kon het nondeju zeker in één dag met een Triumph! En dus spraken we af elkaar op de camping van Krk te ontmoeten.

Wat kan ik zeggen van de rit naar Krk? Niks. Ik was in de vroege ochtend gaan rijden, had Italië van west naar oost doorsneden en arriveerde na ruim 600 kilometers tegen 7 uur op wat een Joegoslavisch schiereiland bleek te zijn. De juffen zaten voor hun tent wijn te drinken, toen ik de motorfiets naast de tent zette. En wát een tent was het! Eigenlijk was het een van doek en stokken opgetrokken vierkamerappartement, met een ernstig te nemen bedstee. Het gedrocht paste in een kampeerwagentje dat achter de Simca bungelde. Toen ze mij mijn foudraal zagen opzetten, moesten Claudinne en Jeanette lachen. Ik mocht ook wel in hun tent een plaatsje zoeken. Zeiden ze. Er was plek genoeg. Zeiden ze. Ik kon ook wel mee-eten, want  ze hadden genoeg. Zeiden ze. En toen ik in zwembroek gestoken uit de douches naar hen toe kwam lopen, was ik een lieve jongen. Zeiden ze.

Daarna zeiden ze enige uren helemaal niks! Ze sleurden me in hun slaapvertrek, ontdeden me van mijn nog natte zwembroek en gebruikten me voor alle vunzigheid die je maar kunt verzinnen. Het enige trio waar ik tot die dag mee te maken had gehad, was het Cocktail Trio, maar vreemd genoeg moest ik niet aan dit populaire muziekgezelschap denken toen ik onder de finefleur van het Franse onderwijs bedolven werd. De dames leerden me in één lange, lange avond meer dan ik de twintig jaar daarna zou leren. Omdat ze buitengewoon kordaat hun eigen genot najoegen, kreeg ik voor het eerst een idee van wat ik de meiskes in Nederland had aangedaan: ik werd gebruikt! Ze dwongen me met alle strengheid van hun beroep dingen met ze te doen, die veel lenigheid, spierkracht en uithoudingsvermogen vergden. Na een uur of wat kon het best nog een paar keer. Zeiden ze. Ik had het gevoel dat mijn edelste deel niet meer van mij was! Ik vertelde dat in mijn mooiste Frans. “Je krijgt ‘m morgen terug, Olivier!”. Zeiden ze.