Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 17

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 17

Aflevering 17 – waarin een nachtelijke wedstrijd gewonnen wordt

La Spezia is een Italiaanse marinehaven. Dat betekent een groot aantal flanerende, in spierwitte uniformen gestoken en toch op dameskappers lijkende mannen. En een overschot aan dames die tegen betaling die uniformen uitdoen en waarschijnlijk op een knaapje hangen, zodat het sexuele vertier kreukvrij kan gebeuren. Ik vond aan de stadsrand én vlak bij de kust een kampeerplaats. Het tentje opzetten was altijd simpel, maar in de rotsachtige ondergrond kreeg je geen zwaardvis gehamerd, laat staan een haring. Het met baleinen uitgeruste tentje bleef prima staan zónder verankering, maar ik had visioenen gehad van wat er bij windkracht 10 kon gebeuren. Ik zag tent en inzittende op grote hoogte door het luchtruim gaan, om uiteindelijk door het plotseling wegvallen van de storm met een monumentale klap te landen.

Karel_Hubert In Split vonden we dankzij een tip van een motorliefhebber onderdak bij een stokdoof oud vrouwtje dat drie riante kamers in de verhuur bleek te hebben. Dat ze geen fluit kon horen, bleek die nacht een zegen: ze vernam niets van het gegil van de door ons uit de stad meegetroonde en van bed naar bed gejonaste Engelse toeristes. Maar dit terzijde!

In het magnifieke centrum van de oude stad werd – zo bleek ons – die avond een openluchtuitvoering van Rigoletto gegeven, een niet onverdienstelijk stukje huisvlijt van W. A. Mozart. We besloten erheen te gaan, niet in de laatste plaats omdat de toegang kosteloos was. Nadat Joe en ik gegeten hadden en Jeff door een krachtig op zijn rug slaand dienstertje van een kloek stuk braadworst was verlost dat zich in zijn luchtpijp had genesteld, namen wij onze plaatsen in. Al kort na het begin ging het mis, althans zo beleefde ik het. Jeff, weer bij kennis gebracht met wat lokaal gestookte alcohol, bleek een operakenner van formaat. Dat had hij kunnen zeggen, maar hij bewees het liever door buitengewoon luid en met een alleraardigst timbre mee te gaan zingen. Hij kende de teksten, zong loepzuiver en met meer volume dan de dienstdoende tenor. Maar desalniettemin werd hij razendsnel door twee solide mannen bij de oksels gegrepen en van het plein verwijderd. Daarmee was het probleem niet opgelost, want Jeff was zelfs twee straten verder te horen en bulderde het libretto de lucht in. Pas toen hij ook de rol van de sopraan dacht te gaan invullen, smoorde na en kortstondig gekrijs zijn stem. Je hoorde hem nog wat nasputteren en toen de tenor weer aan de beurt was, bleek Jeff zich náást het podium gewrongen te hebben. Vanuit die positie zong hij uit volle borst de partij mee en dat leidde ten tweede male tot ingrijpen van de solide mannen. Dit keer leidden ze hem wat verder van het plein de stad in. We dachten dat het nu wel gedaan was, maar een kwartiertje later, werden er op de tweede verdieping van een van de huizen aan het plein ramen opengeslagen. In de raamopening verscheen – goed getimed – onze Jeffke die een net gestart duet tot een trio maakte. De uitvoerenden vonden het allemaal eigenlijk prima, maar de solide mannen hadden andere gedachten. Het kostte hen nu echter veel tijd om het huis binnen te gaan en Jeff aan te vatten. Toen het drietal het huis uitkwam, was er net pauze.

Na afloop van de opera - waarin verder voor Jeff geen rol was weggelegd - gingen Joe en ik naar hem op zoek. We vonden hem in de armen van een krijtwitte Britse juffrouw, op een terrasje, lachend, pratend over opera. Bij elke gelegenheid zoende hij zijn gezelschap krachtig en met open mond op open mond. Ik had geen idee welke opera hier werd uitgebeeld, maar aan Jeffs broek te zien was het Die Zauberflöte. Joe en ik schoven aan en werden blij verrast door het arriveren  van nog twee even blanke kinderen van het Verenigd Koninkrijk. Het trio was één dag van huis, hadden nog geen kans gezien vreselijk te verbranden, maar waren al wel in die merkwaardige vakantiestemming waarop Engelsen patent lijken te hebben: aangeschoten, luidruchtig, gierend van plezier en in voor alles zolang het maar vunzig of gewelddadig was. Het zou uiteindelijk beide worden, maar dit – wederom – terzijde!