Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 15

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 15

Aflevering 15 – waarin de Franse slag geoefend wordt

Als ik een dag langer in Luxemburg was gebleven, had ik vloeiend Zweeds gesproken. Maar daarvoor was ik niet op pad gegaan, nondeju! En dus reed ik na een kopje koffie en een hartelijk ‘Tak voor alles!’ de camping af. Ik ging naar Beaune. Ik was jong, maar al een geducht innemer. Het afgelopen jaar had ik wijn ontdekt als nieuwe favoriete drank en ik had me er – als goed pupil van de Proza Academie – nog een beetje in verdiept ook. Ik moet even melden dat mijn reis plaatsvond in de zomervakantie van de Academie die maar liefst drie maanden duurde. Dat meld ik zodat u mij niet als een spijbelaar van de akeligste soort gaat beschouwen.

Karel_Hubert  

Ik was wel wild, maar ook aardig braaf. Wat school betreft dan toch.

Goed. Op naar Beaune. Ik was net Frankrijk binnengekoerst toen ik een meisje lang de weg zag staan met de hand omhoog, een rugzak en een pothelmpje. En dan stopt een heer. Dan stop zelfs ik. Ze bleek Arlette te heten en kwam uit het buitengewoon akelige Charleville-Mézières, ging vakantie doen aan de Rivièra en wilde graag per motorfiets de tocht daarheen maken. Ik frommelde haar tussen de plunjezak en mijn rug; haar rugzak bevestigde ik - vrij bungelend -  aan de monsterbeugel. Al na drie kilometer begon Arlette te wriggelen en vreemde knorgeluiden te maken. Ik dacht dat ze zo haar ontluikende passie wilde communiceren, maar toen ze begon te schreeuwen, leek me dat het hoogtepunt toch wel erg snel bereikt was. Ik stopte en zag dat mijn hoog aan de beugel bevestigde verstraler aan stond en Arlette’s nekje aan het grillen was. Lampje uitgedaan, toch maar.

We reden Beaune in, zagen de talloze borden die een ‘dégustation des vins ’aanboden en vonden in het centrum van de stad een alleraardigste camping. We zetten onze tenten naast elkaar op en moesten vaststellen dat we precies dezelfde, uiterst flexibele tent hadden. Broer en zus, enig dus. Arlette was rank, slank, elegant, buitengewoon Frans en – zo bleek – gezegend met een uitzonderlijke eetlust. Ze trok uit haar rugzak een half stokbrood tevoorschijn en dat ook nog eens dik belegde kleinood verdween zo snel in haar mond, dat ik even aan een goocheltruc dacht. Arlette was een éénpersoons culinair destructiebedrijf.

Ook bij het proeven der wijnen waaraan we ons daarna op verschillende rustieke locaties overgaven, gold voor elk aangeboden stukje stokbrood: zo zie je het wel, zo zie je het niet. Na de laatste proeverij bestelde ik in een groots gebaar twaalf flessen van het genoten bocht, die – zo verzekerde men mij – keurig bij mijn moeder thuis zouden worden afgeleverd. De betaling kon aldaar plaatsvinden. Toen ik maanden later thuis kwam, trof ik daar 12 flessen aan en een huilende moeder die voor de betaling van de gevraagde 520 gulden al haar eurocheckjes had moeten uitschrijven; ze had al een week geen boodschappen kunnen doen. Maar dit terzijde.

Arlette verslond niet alleen solide voedsel, ze wist ook raad met vloeistoffen, zo bleek. Het leek haar weinig te deren, ook niet nadat we bij een boers restaurantje lekker gegeten én gedronken hadden. Maar de manier waarop ze me daarna haar tentje in sleurde, gaf me toch het gevoel dat de alcohol wel degelijk iets losgemaakt had. Ze wilde zoveel tegelijk dat ik me wel moest verzetten, hetgeen een heuse worsteling opleverde. Ik wilde wel, maar er zijn fysieke grenzen. De campingbeheerder die op het tumult af kwam, zag het halfcilindrische tentje zo woest bewegen, dat hij zeker wist dat dit geen campinggast was, maar een ontsnapte poema in een plastic zak. Hij begon met een tegen een naburige caravan staande bezem op het schouwspel in te slaan. Arlette beschouwde mijn pijnkreten als een bewijs van erotisch succesvol handelen en ging met dubbele energie aan het werk. Uiteindelijk wist ik in gebrekkig Frans te melden dat ik geen poema was, maar een ‘homme participant au jeux olympiques sexuelles. Toen ik wat later mijn eigen tent inkroop, een snurkende Arlette achterlatend, was ik bont en blauw. En dit was pas mijn tweede nacht van huis.