Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 14

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 14

Aflevering 14 – waarin Ollie afscheid neemt

Weleens in drie dagen vaarwel gezegd tegen negen vrouwen? Nee? Ik kan het u krachtig aanraden: het is hard werk, maar je kunt de kleine verwenner wél overuren laten maken. Op de een of andere lekkere manier is een kloek uitgesproken: ‘Ik ga weg en keer mogelijk nimmer weer’ voor menige deerne een mooie aanleiding om aan je broeksriem te gaan sjorren. En daar laten de dekselse meiden het niet bij, oh nee! Als matrozen dit meemaken elke keer als ze langere tijd naar zee gaan, begrijp ik ineens hun beroepskeuze.Bij acht van de negen was het een kwestie van ritmisch vaarwel zeggen, maar bij Martientje was het volkomen anders.

Karel_Hubert

Met haar had ik een hechte band gekregen zónder haar aan de trekhaak te slaan. Of misschien wel juist daarom. Zij vond dat ze haar lichaam moest bewaren voor haar toekomstige man, ik zei dat ik dat prima vond en mooi ook,maar had maar één doel met die toegeeflijkheid: haar toekomstige man vóór zijn. Vreemd hoe aantrekkelijk iemand wordt als je er niet op mag gaan liggen. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik dat nog wel mocht, als ik mijn pantalon maar aanhield en alleen met de lippen bewoog.

Ik had overwogen een laatste poging te wagen met Martientje door haar te melden dat ik nooit meer terug zou komen en te vragen of er ‘zum Abschied’ nog iets bewogen kon worden. Maar ik vreesde een nieuwe afwijzing. En dus vroeg ik haar een brief naar het hoofdpostkantoor in Istanbul te sturen, aan mij gericht, poste restante. Als ze daarin nou fijn uit de doeken zou doen wat ze voor mij voelde, had ik een reisdoel! Ze vond het een briljant idee, kuste me luchtig op de wang en zei: ‘Goede reis, jongen, ik zal je schrijven.’ En na deze onstuimige woorden, wandelde ze naar binnen, mij met een nog diepere begeerte heen zendend.

In schril contract met dit ijskoude afscheid stond de manier waarop Ingelien (Verpleegster naast God) de laatste ontmoeting had ingekleed. Of beter gezegd: had uitgekleed, want ze deed de deur van haar flatje open met een wolkje parfum als enig kledingstuk. Toen ik een uurtje later op de Triumph stapte, had ik het gevoel dat ik zojuist in één ruk naar Istanbul gereden was. Ik reed staand naar huis.

Op de dag van mijn vertrek, stonden mijn vrienden zoals afgesproken bij de motorzaak van Gerhards vader op me te wachten. Jongemannen besteden nauwelijks woorden aan zo’n toch vorstelijke gebeurtenis: ze slaan elkaar wat ruw op de schouders, geven volkomen zinloze adviezen in de trant van: ‘Beetje uitkijken onderweg’ en de achterblijvers voelen zich losers zonder dat te uiten. Ik beloofde niet te schrijven, niet om hulp te vragen en pas te bellen als ik weer terug was. Lekkere vrinden, maar ja.

Ik had met mezelf afgesproken dat ik elke avond zou bepalen waar ik de volgende dag heen zou gaan, zulks om sleur en voorspelbaarheid te vermijden. Ik had bedacht om de eerste dag naar het zuiden van Luxemburg te rijden en arriveerde na een volkomen gebeurtenisloze dag in Esch-sur-Alzette, waar ik op de camping een belommerd plekje vond. Het was tijd voor de eerste kampeerervaring! Ik had een tentje gevonden dat in feite een plastic zak was die door glasvezel baleinen tot een halve cilinder werd omgetoverd. De flexibiliteit van dit ontwerp zou me later tijdens een storm bijna smoren, maar dit terzijde. Ik had meer zulke koddige spullen bij me, waaronder een kooktoestelletje dat op benzine werkte, zodat ik altijd brandstof uit de tank van de Triumph kon halen. Maar aan koken kwam ik de eerste avond al niet toe: naast mij werd een nóg kleiner tentje opgezet door een Europa rondliftend meisje uit Zweden, dat virtuooz bleek als het om koken op de campinggaz ging. Na één éénpansgerecht en twee flessen wijn, ging ze al de verkeerde tent in. De volgende ochtend wist ik allerlei Zweedse woorden en zelfs (één door haar veelvuldig uitgesproken) compleet zinnetje: “Tack så mycket. Nu har jag!” (Bedankt, nu ik). De reis was kennelijk begonnen en beloofde leerzaam te worden!