Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 13

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 13

Aflevering 13 – waarin een motorrijwiel een motor wordt.

Had ik jullie al verteld dat Gerhards vader ronkend gek was? Nou, dat was hij. In zijn beduimelde motorzaak scharrelde de viezerik rond in een overall van katoen waar zoveel Castrol ingetrokken was, dat een waxcoat er een soepel vallend jasje bij was. Ik had ooit minutenlang tegen hem aangepraat voordat ik in de gaten kreeg dat het slechts de overall was die in het halfdonker bij een werkbank stond. De bewoner lag onder een dekentje in zijn kantoor te dutten.

Karel_Hubert

In de winkelruimte stonden meestal tien motorfietsen. Altijd klassiekers, altijd van romantisch klinkende – en dus Engelse - merken als Brough Superior, Vincent en Douglas. Ze waren stuk voor stuk met meesterhand gerestaureerd en omdat Gerhards vader er niet van af wilde, waren ze afschrikwekkend hoog geprijsd. Dat de man in zijn levensonderhoud wist te voorzien zonder zulke machines te slijten, was een klein mirakel, dat ook zijn zoon nooit had weten op te lossen. Zeker, er werd in de werkplaats wat verdiend en nog zekerder: die vunzige dweil gaf geen knaak uit. Maar hij stopte zijn kogelronde gade, spichtige dochter en filmende zoon voldoende geld toe om van welstand te kunnen spreken. Toen hij dood ging vonden ze een half miljoen in twee rubberen laarzen, dat werk. Maar dat komt later.

De man zorgde wel voor tumult. Het hoogtepunt van de legendevorming ontstond toen een man de voor een Vincent twin gevraagde dertigduizend gulden prima vond en paps afscheid moest nemen van een van zijn liefdes. Toen de klant (want dat was het dan toch) de volgende week het ding kwam ophalen en meldde nu de helft te betalen en een maand later de rest, werd hem verzocht over een uurtje terug te komen, omdat er nog iets aan de Vincent gedaan moest worden. Bij terugkeer overhandigde Gerhards vader de helft van de Vincent, die hij keurig met de snijbrander doormidden had gesneden. Zo’n man dus.

En van die man mocht ik in de werkplaats de Triumph voorbereiden op de Grote Reis. Dat betekende het maken en monteren van een één meter hoge beugel aan de achterzijde. Ik meende daar een plunjezak met alle benodigdheden tegenaan te kunnen sjorren, waardoor ik meteen een fijne steun in de rug had. Bovendien plaatste ik op de bovenzijde een rood mistachterlicht en – ideetje van Gerhard – een breedstraler die net over mijn helm heen licht naar voren wierp. “Voor de paadjes in Albanië”, was Gerhards motivatie. “Of om te stropen als je zonder eten zit.” Bij de eerste de beste proefrit bleek de breedstraler mij van een aureool van wit licht te voorzien; mij tegemoet komende automobilisten verklaarden later in de Harde Heraut dat ze Jezus op een brommer hadden waargenomen. Na een wat langere avondrit in de omgeving, konden alle kerken verrast melden dat ze bij de zondagse ochtendmis vol zaten. Eén meiske dat op de fiets zat en mij zag aankomen, klopte de volgende dag aan bij het klooster van de Heilige Delicatessen en trad vol nieuw gevonden geloof in.

Nog meer moois? Een valbeugel (met twee breedstralers erop), een vacuümmeter om het verbruik te kunnen matigen en een listige beveiliging die ik geheel zelf bedacht had. Als je de middenbok opklapte, drukte die een schakelaar in die de extra grote claxon liet loeien. Onder de buddy zat een schakelaartje om het lawaai uit te zetten. Het functioneerde absoluut perfect! Toen ik het systeem voor ons huis liet zien en horen aan Jan en Peter, stond de hele buurt binnen een paar seconden voor de ramen. “Als ik twee keer met mijn decibel, nou dan hoor je ‘t wel”, zong Peter, steeds de gemankeerde dichter. Enge jongen, nog steeds. Mensen zoals hij gaven me een extra reden zo snel mogelijk aan mijn tocht te beginnen. De Trophy was klaar, ik had geld en een internationaal kampeercarnet, een plunjezak en een minimalistische tent. Ik moest alleen nog op afscheidstournee langs de meiden, vrouwen en deernes.

Triumph Trophy Karel Hubert