Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 11

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 11

Aflevering 11 – waarin er eindelijk gereden wordt!

“Had je niet beter een blauwe kunnen nemen?”, was de debiele vraag van Gerhard. “Lul niet, man, dit is de kleur van het voorjaar, van erecties, van lust. Van blauw gaat-ie liggen”, was mijn reactie. Het was het eerste signaal dat men niet aan mijn Triumph moest komen, fysiek of verbaal.

Wat was dat ding mooi, zeg! Met die twee klokken en dat kekke lichtschakelaartje op de chromen koplamp. Met die geile uitlaten die wel iets weg hadden van op ontploffen staande worsten. Met die mollige handvatten en die gouden belettering op de zijdeksels. In tegenstelling tot Elisabeth Loods was bij de Triumph elk detail perfect. Bovendien was de Trophy een eind jonger dan Elisabeth en kwamen er betere geluiden uit bij het berijden, maar dit terzijde.

Karel_Hubert

Ik had de aankoop van mijn leven bij de verdeler opgehaald en werd daar buitengewoon blij verrast door de aanwezigheid van de pijplurkende directeur van importeur Stokvis. Even uitleggen. Ik had de man een soepele brief gestuurd waarin ik hem voorstelde een grote reportage te schrijven voor het dagblad de Harde Heraut in ruil voor een aanzienlijke korting op het motorrijwiel. Ik had geen enkele reactie op dit vermetele plan gekregen, maar daar stond d’aloude pijper, naast mijn Triumph. Hij kwam mij sleutels persoonlijk overhandigen en was vereerd mij op de 4500 gulden een korting van 1500 florijnen te kunnen geven, in de vurige hoop dat ik heel Nederland zou verblijden met mijn enthousiast neergepende verhalen over het berijden van dit fijne Britse product op tal van continentale wegen en dreven én over de avonturen die ik na het afstappen ongetwijfeld zou gaan beleven omdat een Triumph-berijder nooit langdurig alleen door het leven ging. Lange zin, maar zo zei hij het en ik had onlangs op de Proza Academie geleerd dat je correct moet citeren.

Ik trapte de Trophy aan en reed mijn eerste meters. Onwennig, ietwat bevend en vervuld van een soort blijdschap die ik in mijn latere leven nog maar één keer zou voelen, bij het tot de kern van de zaak doordringen bij ene Anneke. Het was een zaterdagmiddag en ik stuurde naar de motorzaak van Gerhards vader, waar mijn vrienden nonchalant op mijn komst wachten. En toen meende Gerhard iets over de kleur te moeten zeggen. Jan zei helemaal niets, maar streelde de tank iets te opzichtig. En Peter vroeg zich af waarom het geen Harley was geworden, zoals in de niet lang geleden in roulatie gebrachte Easy Rider. “Omdat dat een flutfilm is, een tuttebollenverhaal, met zeikacteurs!”, verklaarde ik. “Man, kijk naar Brando in The Wild One en McQueen in The Great Escape… TRIUMPHS! Je zou je filmklassieken beter moeten kennen.” Een uurtje ruzie en wat biertjes later, vroeg Gerhard wat ik met de 1500 gulden ging doen die ik fijn in de pocket had weten te houden. Investeren in zijn eerste speelfilm – zoals hij voorstelde - , leek tamelijk onzinnig. “Ik ga een Europese Easy Rider doen!”, bedacht ik ter plekke. De volgende dag lag een voorstel om deze egotrip in een serie verhalen om te zetten bij Eduard Vork, de hoofdredacteur van de Harde Heraut. Deze door het vak gebutste man was bezig met de laatste fase van zijn journalistieke loopbaan die hij van het begin tot het naderende einde bij dezelfde courant vorm had gegeven. Als hoofdredacteur poogde hij zo min mogelijk te veranderen. Befaamd was hij door de wijze waarop hij jonge journalisten liet weten dat ze er niets van konden. Hij riep zo’n jeugdig talent bij zich, knipte dan een ingeleverd verhaal in tien stukken, keerde de snippers om, zette ze met plakband in willekeurige volgorde aan elkaar vast, keerde het resultaat dan weer om en gin aandachtig zitten lezen. Als de schrijver na een paar minuten voorzichtig vroeg wat er aan de hand was, kwam telkens datzelfde antwoord: “Weet je, jongen, wat ik ook met dat verhaal van jou doe, het is en blijft rommel.” Hard. Maar Eduard Vork hield van motorfietsen!