Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 10

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 10

Aflevering 10 – waarin Ollie zijn Trophy bestelt Over de eerste twee jaren op de Proza Academie wens ik niets te zeggen. Nee, je kunt aandringen, maar ik zwijg. Nou goed, een samenvatting dan. Ik studeerde, verdiende geld, kreeg kennis aan de veel oudere Elisabeth Loods, die ik dankzij de bijlessen van de immer gewillige bibliothecaresse Storm zowaar ook een beetje kon laten genieten van mijn op haar uitgevoerde zelfbevrediging en lééfde. Natuurlijk koesterde ik mijn motorrijbewijs, maar omdat mijn levensstijl nogal wat geld vergde, kwam de Triumph niet echt naderbij. Het feit dat ik in de weekeinden meestal de drank voor Jan, Gerhard en Peter financierde, hielp ook niet echt. Toen kwam de Keuvelaar Poetry Award.

Karel_Hubert Johan Maurits Maria Keuvelaar was een vermogend man. Hij was de kleinzoon van dé Keuvelaar, die landelijke bekendheid genoot door de slogan Keuvelaars Koek: Dat is Andere Koek! Johan Maurits Maria had de koekfabriek geërfd, maar hield zich uitsluitend bezig met het aanleggen van een formidabele collectie eerste drukken van dichtbundels. Eind 1967 maakte hij bekend een jaarlijkse prijs toe te gaan kennen aan de auteur van het beste korte gedicht. De Keuvelaar Poetry Award bestond uit een kristallen vraagteken en vijfduizend gulden, de jury bestond uit de Heer J.M.M. Keuvelaar in hoogsteigen persoon.
Op de Proza Academie hing een pamflet op het prikbord waarin de studenten werden uitgenodigd een origineel gedicht in te zenden en juist – ik citeer – als Proza Academie onze talenten op poëziegebied te demonstreren. Einde citaat.  Daarnaast hing de eerste inzending, van Wim Hoogervorst: “O grote Keuvelaar, smeer je sonnet maar in je haar. En veeg je haiku af aan het dressoir.”  Tja. Ik besloot wel serieus mee te doen en kwam op de proppen met een klein meesterwerk.

Zekerheid
Zovelen denken dat er leven is na dood.
De kans daarop is niet zo groot;
Wilt u vastigheid, bedenk dan even:
dat er zeker dood is na het leven.

Het juryrapport liet er geen enkele twijfel over bestaan waarom het gedicht ‘Zekerheid’ van Ollie Peilkens het kristallen vraagteken én de vijfduizend florijnen had verdiend. “In nog geen 30 woorden stoeit Peilkens met existentiële vragen op een ontroerende, intrigerende en uitdagende manier. De jonge schrijver beantwoordt levensvragen met de blijmoedigheid van een veel ouder iemand en doet dat wat grote dichters zo scherp onderscheidt van de middelmaat: hij geeft de lezer hoop!”
Wat er vooral gebeurde, was dat Keuvelaar mij hoop gaf, want na het incasseren van de prijs, repte ik mij naar de plaatselijke Triumph-verdeler. Ik bestelde een Triumph Trophy in metallic lichtgroen, kocht er een ontroerend, intrigerend en uitdagend Belstaff-pak, laarzen en handschoenen bij en hield geld over voor een avondje solide doordrinken met mijn vrienden.
Het winnen van de Keuvelaar Poetry Award had nóg een gevolg. Ik was ineens een ster op de Proza Academie, zéér in zwang bij vrouwvolk met priethaar, dikke brillen en moeilijke schoenen. Dat was een fijne tegenvaller, omdat ik uitsluitend viel op filmsterachtige heerlijkheden met wufte kapsels, zonder bril en op pumps. Maar ik werkte me toch maar door de schare bewonderaarsters heen, omdat ik de lessen van Mejuffrouw Storm niet alleen op Elisabeth Loods kon toepassen, niet zonder haar gezondheid flink te schaden, toch. Ik kreeg er wat je noemt een lekkere reputatie door, op school. En menigeen dacht dat het nu op mijn jack genaaide woord Triumph daarnaar verwees. Ik liet ze in de waan, natuurlijk. Ik ben geen verrader.