Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 8

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 8

Aflevering 8 – waarin Ollie wat leert

De muntenberg naderde de hoogte die nodig was om een Triumph Trophy aan te schaffen. Ik raakte zeer bedreven in het schrijven van de vieze verhaaltjes en beschreef de penetratie nu zo beeldend dat menig lezer het einde slechts haalde met betraande ogen en een vochtige pantalon. En ik ging naar de Proza Academie, alweer ene Henk-Jan Scheefsma de scepter zwaaide. De man had enige reputatie verworven met het boekske ‘De TV:  schermen met de waarheid’ en dat was kennelijk voldoende om hem directeur van de nieuw opgerichte academie te maken.

Karel_Hubert De met een enorme rode snor getooide Henk-Jan viel vooral op door het uit die snor laten priemen van een rokende pijp en door het aantrekken van slimme leraren en lekkere leraressen. Een apart woord dient op deze plaats gewijd te worden aan Mejuffrouw Storm, een bibliothecaresse die al in de eerste week na de opening deelnam aan een strippokeravondje, opzettelijk en pijlsnel al haar kledingstukken kwijt raakte en in adembenemende naaktheid bleef stralen totdat de laatste leerling naar huis gegaan was. De in een voormalige bewaarschool gehuisveste Academie beoogde de studenten – en nu citeer ik uit de studiegids – “in theoretische en praktische zin de kennis en bijbehorende vaardigheid bij te brengen zich in geschreven woord te uiten op een zodanige wijze dat de lezer begrijpt wat de schrijver bedoelt.” Einde citaat. Het was zo’n vage omschrijving dat ik mij meteen had aangemeld; ik was ervan overtuigd dat ik met een diploma van de academie probleemloos aan de slag kon in volstrekt uiteenlopende beroepen als klinisch ornitholoog of intraveneus zadelmaker.

Het lespakket was pittig, maar liet toch voldoende ruimte om aan vieze verhaaltjes te arbeiden, met mijn inmiddels naar allerlei andere vage studiehuizen uitgewaaierde vrienden de keel te bevochtigen én te sleutelen bij Stolk. Zeer opmerkelijk was het facultatieve vak Lichamelijke Expressie, dat vooral was opgenomen omdat er in de bewaarschool nu eenmaal een gymzaal aanwezig was. Het vak werd niet gedoceerd, maar mocht door de studenten zelf ingevuld worden, zodat je kon stuiten op dansende potjes, joints rokende baardmannen, badminton spelende dames en – regelmatig – in de bloes van Mejuffrouw Storm grabbelende, sterk oververhitte knapen. Ik behoorde tot geen van deze categorieën en moest het doen met voor de geest gehaalde beelden van een ondeugende Storm, als stimulans voor mijn dagelijks met de linkerhand uitgevoerde lichamelijke expressie.

In de eerste paar maanden leerde ik twee zeer belangrijke dingen. In de eerste plaats:  niemand van mijn 53 collega-studenten was ook maar enigszins geboeid door motorfietsen. In de tweede plaats: niemand verdiende zoveel geld bovenop zijn studiebeurs als ik. Nadat docent Ger Treurwilg in een lokaal café had opgebiecht wat zijn vergoeding voor het lesgeven was, besloot ik de drankjes maar af te rekenen, omdat ik veruit de rijkste barklant bleek te zijn. Niet dat ik dat de omgeving vertelde, maar ik wist het wel.

Mijn relatieve welstand bracht twee dromen binnen bereik. De Triumph kwam steeds dichterbij. En nadat ik La Storm had ingefluisterd dat ze binnen afzienbare tijd met mij op een motorrijwiel tot grote hoogten gebracht zou worden, wist ik door haar reactie dat ik spoedig van mijn maagdelijkheid verlost zou worden. Dat ik met ‘grote hoogten’ de Grebbeberg bedoelde, was bijzaak. Voor mij dan toch.