Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 6

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 6

Aflevering 6 – waarin Ollie verliefd wordt

Afrijden gebeurde in mijn geboortestreek vanuit café Kletsmajoor, een net buiten de bebouwde kom gesitueerde rotzooi met waardeloze versnaperingen en een ruim parkeerterrein. Mijn buurjongen had een maand eerder zijn autorijbewijs verworven. Dat ging zo: de examinator stapte in en zei “Zo te zien hou jij wel van een beetje scheuren. Ga maar plankgas naar Diemen.’ Dat gebeurde en daar gearriveerd gidste de man mijn buurjongen naar een kroeg. Daar sloeg hij in hoog tempo vijf borrels achterover, at een portie leverworst en liet de examenkandidaat een laf tomatensapje drinken. “Zo, en nu als de donder weer terug, vent!”, was de volgende instructie. Geslaagd natuurlijk.

Karel_Hubert

Mijn afrijden was een feestelijke ramp. Bij het wegrijden zag ik ineens hoe Peter, Gerhard en Jan zich op het parkeerterrein geposteerd hadden, met een spandoek waarop stond “Ollie Peilkens: succes, ouwe rukker!” Omdat er ook wat licht bezoedelde, miniminirokjes dragende vriendinnetjes van Jan bij stonden te hupsen, verloor ik zwaar ademend de macht over het stuur en kletterde met de Vespa tegen de keien. De examinator reed tegen de scooter aan. Hij stapte uit, hielp mij met opstaan en sprak de liefkozende woorden “Zullen we maar even opnieuw beginnen?”  Een van de meisjes hoorde de handreiking en kuste de toch tamelijk bejaarde man vol op de schrale lippen, een smeer rode lipstick achterlatend. Geslaagd natuurlijk.

En toen was daar plotsklaps de TweewielerRAI. We schrijven 1966. Ik moest en zou erheen en mijn akelige vrienden weigerden me solo te laten gaan. En dus treinden we gevieren naar Amsterdam om het aanbod rijwielen, bromfietsen en motorfietsen te aanschouwen. Omdat we alle vier gezegend waren met een verhoogd esthetisch bewustzijn, vonden we het merendeel van de geëxposeerde tweewielers afgrijselijk. De brommers die we zelf bezaten waren uiteraard veel fraaier en Gerhard had in de zaak van zijn vieze vader veel mooiere machines staan. Een Vincent, een Brough Superior, een Ariel en een Indian… vaarwel concurrentie! Weet je wat mij vooral tegenstond? Nee? Ik zal het je zeggen: de onbenulligheid van de mannen die de stands bevolkten. Gladgestreken piemeltjes met een slecht zittend kostuum, een goedkope dasspeld, met Brylcreem vastgemetseld haar en de gladgeschoren koppen van commercieel talent in wording. Wij werden gezien onze leeftijd niet serieus genomen op de motorfietsstands, maar we konden geen brommermerk passeren zonder dat de verkoopslungels ons probeerden binnen te vozen. “Met deze toerbrommer kan je fantastisch trekken!”, wauwelde zo’n jongmens. “Nou, makker, wij neuken al een beetje, hoor!”, was Gerhards repliek. En zo maakten we de hele dag vrienden.

Bij de stand van R.S. Stokvis & Zonen gebeurde het. Daar werd je bedwelmd door stijl. De pure klasse van het bedrijf werd beklemtoond door de pijprokende directeur van de tweewielerafdeling, maar ook door een aantal in veel te lange rokken gehesen, wat oudere dames. Elke verwijzing naar de erotische kracht van het tentoongestelde spul werd in robuuste, warme onderkleding gesmoord. Geen praatjes over neuken hier, maar dromen van mooie tochten. Ik liet de zielig ogende RAP, Amstel en Puch brommers voor wat ze waren en liep op de Triumphs af. Peter moest natuurlijk zijn Nederlandische kennis weer spuien door vrij naar Tollens te dichten “Triumph, triumph, heft aan mijn luit, want Ollie krijgt een stijve fluit.”, maar het kon me geen snars schelen: dit was mijn merk. En die metalig groene 650cc Trophy was mooier dan welk meisje ook. Midden op de Tweewieler-RAI werd ik volwassen, verliefd. Maagd was ik nog steeds, maar als ik eenmaal een Trophy had, zouden de deernes in rotten van tien paraat staan met het verzoek bezeten te worden. Dan was ik pas echt geslaagd.