Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 5

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 5

Aflevering 5 – waarin Ollie motorrijles krijgt

Mijn Batavus Whippet met twee knalpijpen en één uit een bonthoedje van tante Jo gesneden nertsstaart was natuurlijk een fijn ding. Maar het was géén motorfiets. Ik besloot op bijna 18-jarige leeftijd de stap naar volwassenheid te zetten. Ik nam rijles bij Motorrijschool Van Zijleveld. Maar laat ik eerst even uitleggen waarom ik die stap kón zetten.

Mijn vader had enige jaren eerder besloten dat een kwart eeuw in het gezelschap vertoeven van één en dezelfde mild chagrijnige echtgenote wel voldoende was. Hij was maar eens gaan oefenen op andere, jongere dames om te onderzoeken of hij daar wél vrolijk van werd en was tot de slotsom gekomen dat hij daar verdomd vrolijk van werd. Met een zwierig ‘nou, tabee dan!’ had hij de deur achter zich dichtgetrokken, mijn moeder nu pas écht chagrijnig achterlatend.

Karel_Hubert

Ik vond het allemaal nogal vreemd, tot ik hem een keertje zag met de jeugdige spring-in-het-veld waarop hij nu zijn kunsten vertoonde. Toen begreep ik het hélemaal, met de kanttekening dat ik wel vond dat ik aan de beurt was, qua duwen zal ik maar zeggen en dat pa niet het recht had voor te dringen.

Door het vertrek van paps had ik het rijk alleen. Mijn moeder had aanzienlijk meer interesse in het uitdiepen van haar rol van verlaten vrouw dan in mij. Omdat ze moeite met slapen had, dekte ze oren en ogen af als ze zuchtend in bed ging liggen, hetgeen altijd om precies 10 uur geschiedde. Ik kon daarna feesten voor een dozijn bezopen herrieschoppers geven, ze zou er niets van gehoord hebben. In de stroeve praktijk bleef het benutten van haar zintuigelijke onbereikbaarheid slechts bij het draaien van platen en – toch wel – het voeren van gesprekken met meisjes die naar die platen kwamen luisteren. Dat ik ze eigenlijk uitnodigde om ze zelf te laten zingen, ontging ze helaas. Ik bleef maar maagd.

Maar goed. Dankzij de uiterst losse band tussen mijn moeder en mij, werd er niet eens op gereageerd toen ik meldde dat ik motorrijles ging nemen. Het daarvoor benodigde kapitaal had ik de weken ervoor al in kleine coupures uit haar portemonnee gelicht. Samen met het geld dat ik met klusjes bij bromfietsdealer Stolk verdiende, kon ik mij een reeks lessen permitteren.

Meneer Van Zijleveld was een oude, door het leven gebutste instructeur die de lessen gaf op een Lambretta scooter. Hijzelf zat in een lederen mantel achterop, met een tweede stuurtje onder het zadel stevig in de knuisten om in geval van nood te kunnen ontkoppelen én remmen. Omdat Van Zijleveld uit ongeveer twee kubieke meter vlees bestond, zakte het Italiaanse scootertje aan de achterzijde vervaarlijk ver in, waarbij het bandje zo afgeplat werd dat bochten nemen alleen door trekken en hangen mogelijk was. Bij de eerste les brulde de man allerlei aanwijzingen naar de achterkant van mijn Römer, maar ik verstond er geen lor van. En ook al reed de Lambretta aanzienlijk minder hard dan mijn Batavus, het was een belevenis. Daar werd nog een ervaring aan toegevoegd, toen ik bij terugkeer de stoep dacht op te rijden. Ik was de grote wielen van de brommer gewend en had ook niet gerekend op het effect dat de zware jongen achterop had op de balans, zal ik maar zeggen. Ik bonkte tegen de stoeprand, zag het voorwiel een metertje omhoog komen, bespeurde dat er aan weerszijden van mijn hoofd een schoen langs vloog en hoorde hoe Van Zijleveld na zijn salto achterwaarts gehurkt met een doffe plof op de straat kwam. Verdwaasd krabbelde hij overeind, zijn pothelmpje rechtzettend. ‘Rotjongen!’, baste hij. ‘Vandaal!’ Hij beende het kantoor in, liet mij de scooter op de stoep zetten en verklaarde de les beëindigd en toekomstige lessen een illusie. Een week later kreeg ik mijn eerste les bij Motorrijschool Op Weg, op een Vespa. Maar nu met iemand achterop van mijn eigen gewichtsklasse.