Home iconHome»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 3

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 3

Aflevering 3 – waarin Ollie één van zijn drie vrienden voorstelt

Jan Heesflower kon maar twee dingen briljant. Ten eerste: Jan kon ademafsluitend goed tekenen. Vooral zijn prentjes van ontklede meisjes waren realistisch genoeg om bij Peter, Gerhard en mij voor zaadstuwing te zorgen. Hij kon alle rondingen, dalen en heuveltjes uit zijn hoofd schetsen. Hij hoefde geen enkel meisje te vragen uit de kleren te gaan om model te zitten. Ten tweede: omdat Jan al vanaf zijn dertiende meisjes met elk daartoe geschikt geacht lichaamdeel in extase bracht, gingen ze ook zonder verzoek uit de kleren. Maar niet om model te zitten dus.

Karel_Hubert

Het eigenaardige was dat hij nauwelijks sprak. Hij zat wat stilletjes in de hoek van de kroeg, keek wat verveeld naar een meisje verderop en het kind ging dan na een kort hoofdknikje van Jan gedwee met hem mee. En dan verrichtte hij in hoog tempo daden waarover de rest ons gezelschap alleen fantaseerde als we de hand aan onszelf sloegen.  Jan had op zijn zeventiende al een regiment plaatselijke schonen gepenetreerd en nam als het een beetje meezat de moeders ook nog even mee. Hij was – zo vertrouwde hij mij toe – ook verzot op spelletjes. Dat liep ook weleens mis, zoals de keer dat hij de moeder van één van zijn popjes op haar verzoek stevig aan het bed vastsjorde en van een blinddoek voorzag. Om de spanning te verhogen, bedacht Jan dat hij haar een kwartiertje alleen zou laten met haar verbeelding. Volgens eigen zeggen was hij de deur uitgelopen om een pakje Van Nelle te halen en was hij een eerdere verovering tegen het ranke lijfje gelopen. Jan ging lekker met haar mee en realiseerde zich pas de volgende ochtend dat hij zijn vastgebonden lieverd volledig vergeten was. Dat hij een paar dagen later midden op straat een klap voor zijn harses kreeg van een ons onbekende vrouw met rode striemen op de polsen, luchtte hem op. Iemand had haar kennelijk losgemaakt, al dan niet na misbruik van de situatie gemaakt te hebben.

Peter, Gerhard, Jan en ik bromden dus. We deden dat op zeer verschillende tweewielers. Mijn Batavus Whippet was de mooiste, al was het zadeltje zo smal dat meisjes weigerden achterop te zitten uit angst te splijten. Peter had een extreem gewone Tomos en Gerhard een echte Puch, waarvan de Tomos een slap aftrekseltje was. En Jan? Jan had een Mobylette. Normaliter betekende de combinatie van Man en Mobylette: nicht op wielen. Maar bij Jan durfde niemand dat zelfs maar te denken. Volgens de berijder in kwestie was de Mobylette juist een hulpje bij de verovering der deernes. ‘Ze vinden me schattig en niet bedreigend’, zei hij. ‘Als ik mijn brommertje tegen de heg zet, ben ik al bijna binnen.’ En zo was het.

Beetje een beeld gekregen van mijn vrienden? Mooi. Dan moet ik alleen Tom Schalij nog vermelden, een bleke friemelaar die dolgraag bij ons wilde horen. Maar het zat Tom nooit erg mee. We hadden meegemaakt hoe hij vlak bij ons stond, toen we op straat een beetje stonden te paffen. Er stopte een auto en de chauffeur deed zijn deur open om de weg te vragen. Tommetje stapte erop af, vertelde de man wat hij wilde weten en de deur ging dicht. De man reed weg en wij zagen tot onze verbazing dat Tom mee ging hollen. Hij zat met zijn houtjetouwtje jas tussen de deur geklemd en bleek zo ver boven de 40 kilometer per uur te kunnen sprinten. Toen scheurde een stuk van de jas en Tom liep zijn eigen beentjes voorbij, viel en ruïneerde zijn pantalon en schoenneuzen. Een week later toonde hij ons een door hem zelf opgevoerde brommer, waar hij op moest liggen om een hogere snelheid te halen. Het gashendel was vervangen door een op wielnaafhoogte aangebrachte deurkruk. Bij de demonstratierit brak álles af wat Tom zelf bevestigd had. Hij reed  na een haakse slinger tegen een tuinmuurtje en vloog vervolgens door het raam van de familie Kingma, waar hij met zijn ballen op een antiek spinnewiel kwam.. Hij hoorde gewoon niet in ons op successen gebaseerde groepje.