Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 1»

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 2

Follow us on Twitter

Karel Hubert Presenteert: De avonturen van Ollie Peilkens - Deel 2

Aflevering 2 – waarin Ollie twee van zijn drie vrienden voorstelt

Ik heb drie vrienden. Geen idee of ze mij ook als vriend beschouwen, maar zolang ik de biertjes voor ze betaal, zijn ze vriendelijk tegen me. Peter Klop vindt zichzelf een formidabel dichter, maar aangezien niets bij hem rijmt, kan ik dat niet beoordelen. Zijn inzending voor de poëziewedstrijd van onze school was ‘Wanhoop’. Het gaat zo; ‘Klop niet aan mijn raam, wanhoop. Er zit dubbel glas in.’ Volgens Peter is het een groots werk, in de traditie van Van Ostaijen, Bloem en Goebbels. Dat hij met dit huzarenstukje niet door de voorronden kwam, was louter te wijten aan het onbenul der juryleden. Aldus Peter.

Karel_Hubert

Dat mijn gedicht ‘Buurvrouw’ wel de finale haalde, vond Peter een extra bewijs voor de onkunde van de jury. Het gaat zo: “Ik hou nou van de buurvrouw. Alsof mijn zoet fijn bij haar zuur wou. Ze is heel ver en toch vlak bij. Ik droom dat ik van haar afdak glij.” Een van de juryleden gaf als commentaar dat ik innovatief rijm gebruikte, gecombineerd met sterk beeldende vergelijkingen. Daar kon Peter het mee doen. Die kreeg als commentaar dat hij hoognodig eens naar de glaszetter moest gaan.

Peter denkt dus dat hij de dichter van onze groep is. Maar Gerhard is het echte talent. Niet op taalgebied, maar waar het de nobele kunst van het sleutelen aangaat. Zoals gezegd had zijn vader een motorzaak. Nu ja, zaak… Vader Verhaag was een brute, korzelige man die aan motorfietsen prutste in een olie-achtige omgeving. Binnenkomen was voldoende om een soort film op je bril te krijgen. Iets aanraken betekende urenlange tirades van je moeder. Peter was na een bezoekje aan Verhaags Motorservice al eens naar de dokter verwezen omdat de donkere vlekken op zijn handen wel eens op lepra konden duiden. Verhaag was berucht vanwege zijn akelige humeur. Hij sliep ver van zijn gezin op een zompige bank in een kantoortje bij de werkplaats. Hij dronk zijn eigen pies en wachtte altijd zo lang mogelijk met poepen, omdat dat beter was voor de darmflora. Of zoiets. En hij had ooit – ruw gewekt door twee Jehova’s getuigen – dwars door de voordeur geschoten met een jachtgeweer. ‘Jullie brengen de bijbel, hier heb je de vertaling!’, had hij de bebloed wegrennende gelovigen nagebruld.

Gerhard was rustiger van aard. Hij was van onze groep het verste met de meisjes, in die zin dat hij een heel eind hoger onder hun rokken mocht grabbelen dan wij. Hij claimde een hoeveelheid seksuele ervaring te bezitten, die ons wat gezocht scheen. Als zijn verhalen waar waren en hij elke dag drie keer het hele erge had gedaan, bracht elementaire wiskunde hem op een leeftijd van circa 52 jaar. Maar ook al geloofden we geen woord van zijn geile praatjes, we genoten er natuurlijk hevig van. Want hij was in elk geval qua gedachten verder dan wij. En ook al had hij zijn kennis van de opwinding uit boeken en blaadjes, hij kon de feiten dusdanig beeldend voorleggen dat bij ons de broeken bolden.

Gerhard had een motorfiets van zijn gekke vader gekregen (of gewoon toegeëigend) waaraan hij mocht sleutelen. En wat sleutelen betreft kon de oude Verhaag  je het een en ander leren. Beroemd was hij geworden met de opvoerkits 1 en 2 die hij voor 99 en 199 gulden aanbood. De klant bracht zijn motorfiets, haalde hem twee dagen later op, maakte een proefrit en kwam opgetogen terug: ‘Tjee, meneer Verhaag, wat loopt dat ding nu hard, zeg!’ Verhaag knikte en incasseerde het geld. Hij maakte adembenemende winsten op deze opvoerpakketten, omdat hij niets anders deed dan een andere wijzerplaat monteren in de snelheidsmeter, met een andere schaalverdeling. Als de klant honderd reed, gaf de teller 120 aan. Het bedrog is nooit uitgekomen, al vond de lokale politie het wel vreemd dat bepaalde motorrijders in de bebouwde kom zo rustig waren gaan rijden.