Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 5

Hoofdstuk 5 – waarin Ollie de Pyreneeën bedwingt

Op motorfietsgebied had je in de vroege jaren ’80 gekken, idioten en de organisatoren van het Circuit des Pyrenées. Ik kreeg er lucht van dankzij mijn Engelse politievrienden die deelgenoot hadden gemaakt van de antieke betrouwbaarheidsritten. “Als je echt van je ballen afwilt, moet je eens meegaan naar Pau”, was de geruststellende invitatie geweest. Nou, ik wilde dolgraag van mijn ballen af, dus ik zei ja. Dat een vervolg geven betekende nogal wat. Een licentie bij de KNMV aanvragen (“Wát gaat u doen? U gaat zich doodrijden en daar heeft u onze toestemming voor nodig? Prima!”), Jopie inhuren voor de verzorging, motorfiets prepareren. Uit de Britse bronnen kwamen allesbehalve behulpzame woorden. En dus werd de XS750 van goede banden voorzien, maar werd ook de XT op wegbanden gezet. Ik ging met beide dingen en Jopie in een busje naar Pau.

Karel_Hubert
Let even goed op, want ik leg het niet nog eens uit. Deze jaarlijkse rit ging over twee dagen, uitsluitend door de bergen. Je mocht alleen meedoen als lid van een team van leger of politie. Elke dag moest je zo’n 400 kilometer afleggen. Je werd in een groep ingedeeld en per groep gold een gemiddelde snelheid. Ik zat in de 60 km/u groep. Doordat ze op vele tientallen punten je tijd opnamen kon je niet rustig omhoog en snoeihard naar beneden, je moest óveral echt gas geven om aan dat gemiddelde te komen. Onderweg moest je voor je eigen benzine zorgen (Jopie met jerrycan en trechter dus). Het parcours was met pijltjes aangegeven, maar niet van ander verkeer ontdaan.. O ja: en in de rijke historie van de rit waren er elk jaar doden gevallen, vooral bij de ook te verrijden snelheidsproeven op ondeugdelijke wegen. Het jaar voordat ik meereed, was een Franse agent gesneuveld door frontaal op de ambulance te rijden die zijn teamgenoot kwam zoeken die een ravijn in was gesnord.

Na een verkenning koos ik de XT, omdat wendbaarheid op dit parcours mij goud waard leek. De avond voor de wedstrijd was er een riante cocktailparty, waarin alle deelnemers in uniform verschenen. Griezelig strakke Duitse Wehrmachtmensen, op Franse minderjarigen jagende Italiaanse politie-agenten (die toch wederom op travestiete dameskappers leken), nonchalante Franse dienders (die tegen de regels in al een week het parcours hadden verkend), de onberispelijke maar al snel stomdronken Engelsen van Scotland Yard, Peilkens in een geleend, veel te strak uniform dat het gevoel gaf de ballen nu al kwijt te zijn, het was allemaal heel stijlvol.

Twee dagen later stond ik glunderend vooraan bij de prijsuitreiking: 26ste, beker voor de beste nieuwkomer. Later die avond zei Jopie dat het winnen van een beker niet betekende dat ik mij van haar kon bedienen, omdat ik bij háár nog niks gewonnen had, maar dit terzijde. De balans van de wedstrijd was monter. Er waren twee Wehrmachtmannen op hun Zündapps een bocht uitgevlogen en driehonderd meter lager gesneuveld. Een van de Engelsen had een Pyrenese berghond doodgereden, was op de vuist gegaan met de eigenaar en in de cel gedonderd. Een andere teamgenoot had een kip in zijn voorwiel gekregen, die tussen de spaken bleef hangen. Omdat hij zijn gemiddelde snelheid wilde halen, reed hij door: de onbalans in het wiel had hem tot een soort milkshake gereduceerd: hij zag drie dagen later nog dubbel. Verder was een compleet team van de Belgische gendarmerie in een onverlichte tunnel op een daar rustig schijtende koe gedaverd, maar behalve verfomfaaide motorfietsen, schaafwonden en een penetrante strontgeur hadden ze geen schade. Het was, kortom, een erg leuk evenement. Met maar één rafeltje. Allan Hobson, lid van de vrijetijdspolitie was – net als bij de trials – prominent aanwezig. Hij had zijn eigen Jopie meegetroond, het bebrilde en hoestende PR-meisje van Dunhill rokertjes. Daar deed hij altijd al onaardig tegen (mooi!), maar nadat ze op de tweede dag de trechter was vergeten en de helft van de benzine over zijn broek was geklotst, was hij klaar met haar, vooral omdat ze hem de kennelijk gebruikelijke mondelinge diensten na afloop weigerde omdat ze geen zin had een naar brandstof smakende elfde vinger tussen haar lippen te laten gaan. Ik begreep waarom Hobson nog tijdens de prijsuitreiking op haar bril ging staan.

Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 5

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Peilers

peilers

sjop