Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 3

Hoofdstuk 3 – waarin een motorverdeler zich meldt

We schrijven 1980. In mijn garage was ik druk bezig de XT500 om te vormen tot een speciaal ding, dat ik Spaniel had gedoopt. Als zodanig kwam er ook een foto van in het inmiddels vreemd genoeg populair geworden Motorpak 69. "Geen hond begrijpt Peilkens" stond erbij, de eerste geestigheid van een redacteur die later als chef van Droefsnoet 83 voor de kynologische vereniging zou gaan werken.
Voor de Spaniel had ik nogal wat onderdelen nodig en omdat mijn Amsterdamse verdelers me te ver weg waren, kwam ik terecht in die andere parel van het Gooi, Hilversum. Voor wie Hilversum niet kent: houden zo! Het dorp was door de massale toestroom van op radio en tv glijdende figuren een gemeente met een waterhoofd. Bovendien had het gemeentebestuur zich uitgeleverd aan het ingenieursbureau van ene Guus Goudreinet, een gewetenloze technocraat die geld verdiende door éénrichtingsverkeer in te voeren. Als dan na een paar jaar bleek dat het niet werkte, liet de makker zich opnieuw inhuren om de rijrichting andersom te leggen. Tot de dag van vandaag wordt Hilversum geteisterd door een vorm ven verkeersgekte die je nergens anders tegenkomt. Locaties die wandelend vijf minuten van elkaar verwijderd zijn, vragen zorgvuldige planning en een uurtje de tijd als je van de ene naar de andere plek wilt rijden.
Karel_Hubert
Tegen het oude (zeg maar bejaarde) centrum van het dorp met grootheidswaan lag de motorzaak van de familie Klundert. Die winkel annex werkplaats zat daar sinds de Napoleontische oorlogen en was sinds de stichting ook niet meer geverfd of op andere wijze opgefleurd. Bijzonder was de wijze waarop de clientèle tegemoet werd getreden: met onverholen afschuw. De andere Hilversumse motortent, van Verhaag, leek ineens klantvriendelijk, terwijl de oude Verhaag toch af en toe klanten onder vuur nam met een buks. Kenmerkend voor de omgang met consumenten was de blijde verwachting waarmee eigenaar en personeel nieuwe klanten nakeken die vrijwel zeker zouden struikelen bij het onwaarneembare afstapje van winkel naar werkplaats. Als iemand dan met een hernia en een verwrongen gezicht het lijf poogde te rechten, schalde het "Denkt u om het afstapje?"uit alle monden. Een soort a capella leedvermaak.
De eigenaar had de tent geërfd van zijn vader en bleek merkwaardig genoeg aardiger dan ik gedacht had. Ik had hem wel eens ontmoet op een motorbeurs en had toen – mede met het oog op 's mans zeer verdrietige snor – besloten dat ik hem moest mijden omdat ik van mezelf depressief genoeg was. Hij had – zo bleek later – een identieke conclusie getrokken, omdat ik - ik citeer - een arrogante zak was. Het zal de in menswetenschappen bekwame lezers niet verbazen dat Snorremans en Peilkens het al snel prima met elkaar konden vinden.
Natuurlijk vormde de gedeelde liefde voor motorfietsen daarvoor een stevige basis, maar we merkten ook al snel dat we nog iets deelden: een hekel aan alle mensen, behalve vrouwen. Die hekel was door hem omgezet in een nogal aparte ondernemingsfilosofie. Binnentredende dames werden met overdreven zorgzaamheid behandeld en konden zelfs bij het bestellen van een bougiekap rekenen op genegenheid en zorg. Mannen die een nieuwe motorfiets kwamen uitzoeken, konden doodvallen. Omdat die mannen toch trouw klant bleven, werd ik gesterkt in de overtuiging dat de meeste motorrijders masochisten zijn. Dat Klundert ook de invoer van een uit het Oostblok stammend, akelig rokende kolenkachels op wielen producerend merk succesvol afhandelde, maakte mijn beeld van motorrijdend Nederland nog droeviger. Er was één lichtpunt: Ollie Peilkens! Vond ik tenminste.

Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 3

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Peilers

peilers

sjop