Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 1

Hoofdstuk 1 – waarin Ollie Peilkens zijn verwekker vermoordt

Waar waren we gebleven? O ja, aan het begin van de nukkige jaren tachtig natuurlijk. Het avontuur in de Bussumse kibboetsvilla werd ruw beëindigd, niet in de laatste plaats door de moord op mijn verwekker. Het zat zo. Op een zwoele zomerochtend reed ik in mijn nimmer remmende, elegant dansende Rover 3500 naar Amsterdam. Ik had een uurtje geslapen na een nacht van veel te veel drank, veel te veel begripvol luisteren en veel te weinig sex en sukkelde heerlijk in slaap. Toen ik wakker werd had ik tachtig meter vangrail verbogen, kon ik het V8-blok van de Rover zien en aanraken en vroeg iemand door het kapotte zijraam of ik lekker geslapen had. Omdat het om een bejaarde, verfrommelde vrouw ging, wist ik zeker dat er iets mis was. Normaliter werd die vraag namelijk gesteld door iets jongs met een strakke huid.

Karel_Hubert

 

Eenmaal in het hospitium bleken boven de gasgevende voet wat enkelbanden gesneuveld te zijn. Een week later kwam ik gegipst in Bussum terug. En denk maar niet dat ik die week contemplatief in een bedje had kunnen doorbrengen! Nijvere Jean kwam het eerste bezoekuur al met een schrijfmachine aanzetten onder het motto: er mankeert niets aan je vingers. Dagenlang hoorde mijn kamergenoten het angstaanjagende geluid van een fanatiek tiepende gek. Het is dat voornoemde Jean ook dagelijks een fikse flacon Jack Daniels en een zak aardnoten langs de verplegers smokkelde; daarmee kreeg ik de andere patiënten niet alleen stil, maar zelfs vrolijk. Bloedverdunners bleken volstrekt overbodig.

Maar nu paps. Die kwam na het ongeval in Bussum maar eens koken voor zijn hinkelende spruit. Na het eten serveerde ik hem een brouwsel dat ik in Spanje had ontmoet. Het heette ‘cremat’ en werd als volgt bereid: een fles rum in een steelpan, verhitten, pijpjes kaneel en sinaasappelschillen erbij en véél suiker. Vervolgens de brand erin en met een pollepel de fikkende vloeistof doorscheppen, totdat de vlam uitging. Dan een liter loeisterke espresso erbij en klaar. Eerdere gasten die het drankje na het eten hadden gedronken, konden een maand de slaap niet vatten en klaagden over knarsende koppijn en een sterk uit de maat rakende hartslag. Mijn vader vond het heerlijk en nam twee mokken. De volgende middag kreeg ik een belletje dat hij rechtop was gaan zitten en vervolgens was omgevallen. Hij had al eerder hartproblemen gehad, maar ik dacht toch werkelijk dat hij genezen was. Not.

Aan het Bussumse pand hing dus meteen iets verdrietigs.  En toen diende zich redding aan in de persoon van een sprekend op Peter Sellers lijkende Syriër die niet alleen mijn oudere zuster had geschaakt, maar Nederland een aantrekkelijk plekje meende te moeten vinden om af en toe aan te doen. Ik kocht een riant pand voor het stel, in het toen nog niet over het (bonte) paard gebeurde Laren. Er zat een appartementje voor hen in – voor als ze eens naar dit land kwamen - en ik kon het huis gaan bewonen. Jean wilde wel de Bussumse villa betrekken. Lekkere bijkomstigheid: het huis in Laren had een oprit en een garage waarin weer eens een motorfiets zou passen.  Gadsamme nog an toe: het leven kon nieuwe glans krijgen! Dat kreeg het ook al toen de Syriër na enige weken intensief taalonderricht – vereist om een Nederlands paspoort te verwerven - in staat bleek bij de taaltest de dienstdoende ambtenaar op diens vraag of hij het leuk vond in Nederland te antwoorden met ‘ga weg schurk’, de enige zin die hij accentloos kon zeggen.

Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 1

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Peilers

peilers

sjop