Deze week moet het eigenlijk lulhannessen (meervoud) zijn, omdat ik een hele organisatie nomineer: de BOVAG (anno 1930). Vroeger, vroeger stelde dat gele schild op de gevel nog wat voor. Je wist dan dat je bij de elite van de motorhandel te gast was. Als je een motorfiets kocht, zaten daar snoeiharde garanties aan gekoppeld, met de groeten van de Bovag. Reparaties? Idem dito met vijf sterren. Maar meer en meer goede dealers zeggen hun lidmaatschap nu op, waaronder zaken die zo ongeveer driekwart eeuw lid zijn geweest. De reden? De Bovag vraagt fikse bedragen voor het lidmaatschap en stelt daar bitter weinig tegenover. Zoals KNMV en ANWB en nog wat clubjes (motorbladen!) hebben ze ontdekt dat met verzekeren meer geld te verdienen is en concentreren ze zich daarop. Maar juist in een tijd waarin de verkoopcijfers van motorrijwielen op het niveau van het dagelijkse bezoek aan het Belastingmuseum beginnen te lijken, moet een belangenbehartigende club met ideeën komen, steunplannen ontwikkelen en actie voeren. Niets van dat alles. In 2008 (recentere info ontbreekt op de website) harkte de Bovag 8 miljoen aan contributie binnen, plus 6,4 miljoen aan overige inkomsten. Je zou verwachten dat zulks voldoende is om een Crisisteam Motorbranche mee op te zetten. Maar ach, die motordealers, die vormen maar zo'n klein clubje, waar zouden de Bovaggers zich druk om maken. Lulhannessen van de week dus! - Karel Hubert
Reacties
Nogmaals mijn vraag, wat is nu eigenlijk de doelstelling van dit selecte clubje?
RSS lijst met reacties op dit artikel