Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 31

Hoofdstuk 31 – waarin om Tsjernobyl gelachen wordt

Het jaar 1986 was me het jaartje wel. Het zou mijn geschiedenis ingaan als het Jaar van de Scooter. Dat zit zo. Voordat de Japanse Commissie voor het Gelijkvormig Maken van Alle Dingen de scooter in het vizier kreeg, waren er Italiaanse en wat Duitse fabrikanten van wat wel is aangeduid als ‘tweewielige snollen’. Maar toen onze vrienden uit het land van de Reizende Zon (geen spelfout, lezer, maar een op expansie wijzend grapje) doorkregen dat er met die halve autootjes wat te verdienen was, werden er veel betrouwbaardere, maar aanzienlijk lelijker exemplaren gemaakt. Vertederend waren ze door hun ongemakkelijke uiterlijk en kleine wieltjes allemaal. En dus werd besloten een expeditie af te vaardigen. We zouden wat Japanse en Italiaanse scooters in een bus mikken, ermee naar de Oostduitse grens kachelen, de bus ledigen en op de scooters de DDR binnenrijden. Daarbij wilden we – indien mogelijk meerijdend - de fameuze 1 Mei Parade beleven. O ja: we, dat betekende Klundert en Peilkens, aangevuld met twee scribenten, Jon Leveraars van De Volkshoon en de hoofdredactrice van Motorpak ’69, de eminente Coenraad Fris...
Karel_Hubert

We baarden zoveel opzien met de scooters in dit achterlijke land, dat het ene na het andere incident de dagen vervrolijkten. In vergelijking met een Simson Schwalbe (genoemd naar een Westduitse overtreding) of een MZ Ficker (genoemd naar een Nederlandse hobby) was een Honda Spacy (genoemd naar een Japans cakeje) een soort ruimtevaartuig. We reden amper tussen de gaten van het socialistische wegdek door, of we werden ingehaald door een partijgenoot op een Schwalbe die naast de Spacy kwam rijden en zo in de ban raakte van het Japanse vernuft dat we hem alleen door woeste gebaren en getoeter net op tijd wakker kregen voordat hij frontaal op een tegemoetkomende Wartburg kon rijden. In Erfurt moest Fris de koplamp open en dicht doen van het toegestroomde publiek dat ging klappen en huilen bij het zien van de mechanische knipoog. De leasemeisjes in het hotel hadden die avond alleen maar oog voor ons scooteristen, hetgeen dan weer de woede wekte van een peloton arbeiders dat zich aan de vooravond van de 1ste mei verheugde op hun jaarlijkse avond vrij. We hadden niet meer succes kunnen hebben als we met zilveren Rolls-Royces en gouden peniskokers waren gearriveerd.

 

Na Erfurt deden we Dresden aan, waar we met een tegenstribbelende Fris op een gereedliggende stoomboot stapten. Maar niet nadat we een net huwend stel een Recommended-sticker van de Union of the Grils hadden geschonken. Leveraars zoende de bruid zo krachtig dat ze ons met bebloede lippen nazwaaide. De stoomboot bleek naar de grens met Tsjechoslowakije te varen en weer terug, genoeg tijd om van onze medepassagiers te genieten. Leveraars en Peilkens zagen een man in uniform met één been en zetten tweestemmig het ‘Ik ben mijn been bij Stalingrad verloren’ in; volgens Klundert was die tekst in het Duits vrijwel identiek en de gekwelde blik van de monovoet gaf hem gelijk. We discussieerden met de bemanning over de zin van een touwtje waar je niet achter mocht komen, maar waar wij wel achter zaten, in de zon. Maar de meeste gesprekken gingen toch over de op 26 april ontplofte kernreactor van Tsjernobyl. De goede socialistische gewoonte zelfs een ramp als een zegen voor het volk te presenteren, was nu toch op wat scepsis gestuit. Er was zoveel straling en radio-actief stof vrijgekomen dat ook in de DDR het eten van een kropje sla de consument al zodanig deed oplichten dat je er ’s avonds de krant bij kon lezen. Wij hadden het genoegen bij onze terugkeer naar de grenspost door mannen in witte duikpakken  geheel en al afgespoten te worden met een reinigingsmiddel. We vroegen ons nog af of die radio-actieve wolk bij de grens ophield, en of ook afspuiten bij de Duits-Nederlandse grens wellicht zinvol zou zijn. Maar we kregen geen antwoord. De opmerking van Fris dat we wel aan het nageslacht zouden zien hoeveel straling we hadden gekregen, ontlokte Leveraars de reactie “Mijn huidige spruiten zien er al vreemd uit, nog vreemder acht ik onwaarschijnlijk.” En zo was het.

Link: De avonturen van Ollie Peilkens (deel 1 t/m 52)
Link: De verdere avonturen van Ollie Peilkens (deel 1 t/m heden)

Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 31

Peilers

peilers

sjop