Karel Hubert presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens-Deel 35

Hoofdstuk 35 – waarin een Antwerps adresje bekend wordt

Als het mensen financieel voor de wind gaat, reageren ze daar zeer verschillend op. De een zet de munten weg voor later, de ander geeft ze uit alsof morgen niet bestaat. Ik gaf ze uit alsof zelfs aan het halen van het einde van vandaag getwijfeld moest worden. Zo schafte ik me een appartement in het centrum van Antwerpen aan, een Pontiac Firebird CanAm en een mild masochistische bijzit, allemaal binnen één week. De Amerikaanse auto werd door mijn vrienden niet bewonderd, de andere twee aankopen wel. “Je hebt veel fouten gemaakt in je leven, Peilkens”, zei Klundert bij het zien van de Pontiac, “Maar deze gaat je geld kosten.” Zoals het een motorhandelaar betaamt, zat hij ernaast. Na twee weken was ik het ding zat, zette hem in de annonces van De Volkshoon en hop, verkocht aan een paardenslager uit Zaltbommel die alleen eerst even wilde weten of een plastic bak met organen achterin zou passen. Die paste en Peilkens was een ervaring en 1500 gulden rijker. Tot die ervaring behoorde ook de observatie dat je met een foute auto ook meteen een uiterst fout soort vrouwen aantrekt. Van het type dat sex als betaalmiddel voor een handtasje beschouwt en bij machte is om zinnen te formuleren als ‘Heeft je nog klaargekomt?’. Maar ach, wat maakt het uit.

 

 

 

Het appartement was fraai, in een gerestaureerd pand met binnenkoer dat vroeger aan een puissant rijke fabrikant van bouillonblokjes had toebehoord. Het lag op een paar honderd meter van de Groenplaats en had geen garage. Dat maakte het slimmer er met de auto heen te gaan dan met de motorfiets. Bovendien ging ik zelden alleen en het SM-meisje (dat – frappant – Saartje Mulder heette) vond leer wel fraai, maar de afwezigheid van bagageruimte niet. Na de Pontiac had ik een Chrysler Voyager gekocht die als partytrick had dat je ‘m op de cruisecontrol kon zetten en naar achteren kon wandelen om iets uit je tas te halen. Saartje bleek ook te kunnen gillen buiten de slaapkamer.

Ik kocht het appartement in januari 1988, richtte het in februari in en leende voor de eerste keer de sleutels aan een vriend uit in maart. Toen ik het appartement drie jaar later verkocht, kon ik de balans opmaken. Al mijn vrienden, met uitzondering van de übertrouwe Klundert, hadden er gebruik van gemaakt om een weekendje een foute vriendin te vullen. Die vrienden samen waren er vaker geweest dan ik. Eén van die vrienden had een lichtekooi naakt op mijn glazen salontafel laten dansen; het glas hield het totdat ze uitgleed. Ik vond nog maanden later splinters. Twee keer had een vrouwelijke vage kennis spontaan aangebeld, om erachter te komen dat er in het appartement boven mij óók een Peilkens (Ruud) woonde, die het op de verkeerde knop drukken wenste te belonen met het op hun verkeerde knop drukken. Ik verkocht het Antwerpse onderkomen tenslotte aan een begrafenisondernemer die in het plaatsje Reet woonde en werkte. Hij wilde het appartement hebben met álles erin en eraan, zodat ik uitsluitend mijn eigen kleding en CD-tjes hoefde te verhuizen. De makelaar vertrouwde mij toe dat de begraver getrouwd was, maar er een vriend op nahield. De flat was voor hem. Op de verkoopakte zag ik dat de koper Johannes Petrus Maria Cuth heette, zodat ik in Nederland kon rondbazuinen dat ik de zaak verkocht had uit ene Cuth uit Reet. Niemand geloofde het natuurlijk, tot ik de akte toonde. Soms is de werkelijkheid krachtiger dan de verbeelding.

Met Saartje kwam ik veelvuldig in Antwerpen, maar de pret was over toen ik met Laura begon te gaan. Althans, dat geloofde iedereen. Maar Saartje wist wel beter. Ik had een excuus; iemand die jaarlijks van motorfiets wisselt en een Pontiac Firebird koopt, kan je niet langs de normale meetlat leggen.

Link: De avonturen van Ollie Peilkens (deel 1 t/m 52)

Link: De verdere avonturen van Ollie Peilkens (Deel 1 t/m heden)

Karel Hubert presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens-Deel 35

Peilers

peilers

sjop