Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 46

Hoofdstuk 46 – waarin er lekker gevist wordt met Wouter

Hoe Wouter van der Put in de naam van Hij die het Al bestiert financieel directeur van FondleMe Inc (afdeling Europa) had kunnen worden, begreep niemand. De man had Ulo, had de schriftelijke cursus cijfers vervalsen net gehaald en gaf bij elk gesprek blijk van een totaal gebrek aan inzicht in financiële zaken. Als je er een glaasje alcohol ingooide, had dat hetzelfde effect als lachgas op een motorblok: hij ging er met een rotgang vandoor, geestelijk dan toch. Ik kon slechts één reden bedenken waarom hij ondanks zijn hoorbaar platte accent, zichtbaar gebrek aan smaak en merkbaar beperkte intelligentie toch een vetbetaalde baan in de reclamewereld had bedongen: chantage. Alleen kennis van strafbare feiten die zijn baas IJsvogel had begaan, kon aan Wouters hoge functie enige rechtvaardiging bieden. IJsvogel enigszins kennend achtte ik het welhaast zeker dat de man voor fraude, illegale penetratie, oplichting, snollenloperij en misselijk gedrag vervolgd zou kunnen worden. Als ik Wouter ernaar vroeg, legde die slechts een vinger op de mond en fluisterde. ‘I am a secret!’, want het Engels was hij nog iets minder goed machtig dan het Nederlands...

Karel_Hubert
Maar eerlijk is eerlijk: je kon met Wouter wel lachen. Zijn verhaal over de inbraak, is inmiddels beroemd. “Ik hoorde ’s nachts gestommel beneden, dus ik maak mijn vrouw wakker en zeg. ‘Ik denk dat ik alle lampen beneden heb laten branden. Ga jij eens even kijken.’ Ze zag ze nog net wegrijden in onze nieuwe auto.” Een normaal mens zou zijn lafheid onder het tapijt vegen, maar Wouter ging er prat op.

De uitnodiging voor een beetje hengelen in de langs zijn huis stromende rivier, kon ik dan ook niet afslaan. Davy Pink zou ook komen en nog véél meer mensen. Ik had eerst een afspraak elders en was op de motor, zodat ik me op een stralende middag toch in het leer bij Van der Put meldde. Ik kwam van een date met een dame (waarover meer in een volgend hoofdstuk) die zoals gebruikelijk desastreus was verlopen omdat ze nou weleens wilde weten hoe haar relatie met mij in elkaar stak (anders dan mijn relatie met haar, dat was wel helder). Kortom, ik had de liederlijke pest in. Ik bonkte Van der Puts suffe wijf tegen de muur, liep door naar de tuin en zag daar Van der Put en Pink met lullige bamboe hengeltjes in de weer. Ik kreeg van de dulle echtgenote een kopje koffie met een Jägermeister en sloeg beide achterover. Vervolgens gingen kopje en glaasje de rivier in. “Hier vissen, vangen jullie nou eens wat!”, schreeuwde ik, terugdenkend aan de mislukte ochtendséance. “M’n goeie servies!”, krijste vrouwtje Van der Put. Haar ega poogde de rel te sussen, maar ik kreeg de rest van de middag drank in plastic bekertjes. “Ik heb de vissen de hele week gevoerd, steeds met kleine beetjes”, zei Van der Put, wijzend op een enorme emmer vol voer. “Kleine beetjes? Sul, je moet ze verwennen, kijk zo!”, antwoordde ik, de emmer met voer in de rivier slingerend. Toen na een half uurtje nog niks gebeten had, brak ik mijn hengel in drieën, gooide de stukken in het water en vroeg waar het eten bleef. Nou, zélden is die vraag zo majestueus beantwoord als deze keer. Want als bij toverslag verscheen dar een reusachtige partyboot, waarop je met 100 man nog lekker de ruimte had. Nu was er een buffet voor twintig gasten ingericht, wat een beetje optimistisch was, aangezien er behalve Davy en mijzelf niemand op de uitnodiging was ingegaan om te komen vissen. W. van der P. had dan wel een goed betaalde baan, maar sociaal gezien zat hij in de hoek van lepralijders en potloodventers.

Toen we met z’n viertjes eenmaal aan boord waren, ging het ding een toeristisch stukje varen. Na een half uur meerde de MS Snikkel af bij een restaurant, waar nog eens voor twintig man warm eten aan boord werd genomen. De heer en mevrouw Van der Put leken volledig ongeschokt door het wegblijven van de gasten. “Och”, zei zij, “Met Wouters verjaardag hadden we een nog veel grotere boot. En toen kwam er helemaal niemand.“ De opmerking  haalde alle woede uit me. Ik vond dat ik mijn lot beter moest dragen, alhoewel mijn slechte date een stuk belangrijker was dan Wouters verklote visfeestje.

Link: De avonturen van Ollie Peilkens deel 1 tm 52
Link: De verdere avonturen van Ollie Peilkens deel 1 tm heden

 

Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 46

Peilers

peilers

sjop