Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 49

Hoofdstuk 49 – waarin de motorbeurzen bezocht worden

Nederlanders zijn geen feestvierders. Als we al uit ons dak gaan, heeft het altijd iets droevigs. Of het nou carnaval is, het vieren van een Europacup of het bejubelen van een uitgesteld orgasme, het blijft bij een beetje onbeholpen hossen. Wat we ook niet kunnen is sprankelende beurzen organiseren. Het hoogtepunt van beursend Nederland is de Huishoudbeurs. Decennialang was dat het enige uitje voor de onbetaalde slavinnen die door de mannelijke burgerij in doorzonwoningen gevangen werden gehouden. Men heeft het basisidee (arbeidstips voor huissloven) wel eens wat pogen op te leuken, maar akelig blijft het. Met de motorbeurzen in dit land is het zo mogelijk nog erger...
Karel_Hubert
Ooit had je de Tweewieler-Rai, later werd dat gesplitst en ontstond een echte, separate motorfietsbeurs in de Amsterdamse RAI, georganiseerd door de fameuze RAI- vereniging (hetgeen volgens Koos Meulman van De Harde Heraut al lang geleden stond voor Rukken, Afknijpen en Innemen. “Tenminste, dat is wat ik de heren invoerders zie doen”, zei hij. Die Motor-rai is nooit wat geworden. Het organisatiecomité wist er jaar in jaar uit iets van te maken dat zover van de motorrijder afstond dat die zich meer thuisvoelde bij de Landelijke Koetsiersdagen of de Wip- en Schommelfair. Dan weer was het fake chic, dan weer lullig avontuurlijk. Uiteindelijk hebben ze het hele idee maar in de prullenbak gemieterd en de beurs overgelaten aan de vijanden in Utrecht, die met een paar duizend gebruikte motorfietsen en kraampjes met rotzooi precies deden wat motorrijders leuk vinden en dus wel succesvol waren.

Ik ging de laatste jaren van de Naughty Nineties altijd wel naar de grote motorbeurs in Keulen of Milaan en zag daar hoe het wel kan, zonder in het reutelmarktgedoe van Utrecht te verzanden. Ook in Parijs en Londen of Birmingham kon je je lol op. Het verschil werd niet alleen gemaakt door de grootte van de show, maar vooral door het kwistig rondstrooien met lekkere meiden in veel te krappe hupspakjes. Die zaten, hingen, lagen of knielden op de  getoonde machines alsof ze een oudere vriend voor een net aangekocht peperduur handtasje wilden bedanken. Het was een schande, natuurlijk, maar wel een buitengewoon lekkere schande.

Ik was vooral gecharmeerd van de beurs in Milaan, vooral als ik daar de gewiekste invoerder van valhelmen Hans Plooij ontmoette. Hans was een bolle vent met een weerbarstige spuuglok die ooit de reclame voor het helmenmerk No Way bij mijn bureau had ondergebracht. Omdat hij als klant een ongelooflijke zeikerd was, hebben we hem weggejaagd, maar in Milaan was er nooit een spoortje van rancune merkbaar. “Ha Ollie!’, bulderde hij bij elke ontmoeting daar. “Kom, we gaan naar de nazi’s!” Dan vorderde  hij met Italiaanse zwier een taxi en ging de tocht naar Gin Rossa, een bar waar lokale fascisten vrijuit en met heimwee over Mussolini spraken. Plooij kende de eigenaresse, gaf het oude vrouwtje twee smakzoenen, streek zijn haarlok recht en bestelde twee glazen Gin Rossa, en soort campari waar je sokken van gingen roken. Na vijf drankjes ging het elke keer naar een bizar restaurant waar luide operamuziek werd gedraaid, vermoedelijk om het vloeken in de keuken te overstemmen, want álles ging er altijd mis. Na een fles wijn ging Hans op tafel staan om theatraal mee te gaan galmen met het gedraaide werk. Als hij weer zat, viel hij in slaap. Ik ging dan maar weg en als ik hem de volgende dag weer op de beurs zag, was zijn geheugen gewist. “Ha Ollie!”, schreeuwde hij. “Kom, we gaan naar de nazi’s!” Wonderlijke man in een wonderlijke wereld. Zo zeikerig als hij tegen zijn reclamebureau deed, zo toegeeflijk was hij ten opzichte van zijn spuuglelijke, naar gier geurende echtgenote die hem dan ook heeft kaalgeplukt in ruil voor periodieke toegang tot haar vochtige kelder. Volgens Hans was ze een zeer getalenteerd organisator. “Zij zou de Motor-rai echt een impuls kunnen geven”, meende hij. “Er iets van Italiaanse zwierigheid in brengen.” Ik was verbijsterd, want de enige impuls waaraan ik kon denken, was een nieuwe reukervaring. Maar dat zei ik niet. Ik zei: “Kom, Hans, we gaan naar de nazi’s!”

Link: Avonturen van Ollie Peilkens deel 1 t/m 52
Link: De verdere avonturen van Ollie Peilkens deel 1 t/m heden

 

Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 49

Peilers

peilers

sjop